Nieuws

Wetsvoorstel over toezicht op nieuwe scholen

Op 19 juni heeft de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel van het CDA tot wijziging van de Wet op het Onderwijstoezicht aangenomen. Dit voorstel van het Kamerlid Biskop regelt dat een nieuw bekostigde school al kort nadat deze zijn deuren heeft geopend, onder toezicht van de Inspectie van het onderwijs kan worden gesteld. Dit betekent dat een nieuwe school voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs binnen een maand na de start gegevens aan de inspectie moet verstrekken over het schoolplan, de bekwaamheid van de leerkrachten en de onderwijstijd.

Als een bestuur deze gegevens niet tijdig verstrekt of de inspectie vaststelt dat er onvolkomenheden zijn, dan stelt de inspectie een risicoanalyse op. Dit gebeurt binnen drie maanden. Het bestuur van de school krijgt een maand de tijd om de onvolkomenheden te herstellen. Wordt dat niet of onvoldoende gedaan, dan kan de inspectie sancties opleggen. Volgens de indiener van het wetsvoorstel maakt dit de kans kleiner dat de inspectie na enkele jaren constateert dat de onderwijskwaliteit van de nieuwe school te wensen overlaat.

Respecteren vrijheid van schoolstichting
Op grond van artikel 23 van de Grondwet mag iedereen een school oprichten en wordt zo'n school in principe door de overheid gefinancierd. Die overheid mag geen voorwaarden vooraf stellen, maar alleen eisen stellen aan wat leerlingen na verloop van tijd moeten kunnen en kennen. Het CDA vindt dat net opgerichte scholen daardoor te lang kunnen disfunctioneren. Dit initiatiefwetsvoorstel geeft de overheid de mogelijkheid om de deugdelijkheid van een nieuwe school al direct na de oprichting te controleren.

Toezicht vooraf
De VVD vindt dat de onderwijsinspectie het gesprek moet aangaan met het betrokken bestuur, nog voordat een nieuwe school opengaat. Dit om te voorkomen dat een nieuwe school al kort na de start in de problemen komt. De inspectie kan twijfels hebben of een bepaald bestuur wel goed in staat is een school te beginnen die aan alle deugdelijkheideisen voldoet. Denk bijvoorbeeld aan een bestuur dat nog geen enkele ervaring heeft met het starten van een nieuwe school. De Kamer heeft een amendement van de VVD aangenomen, waardoor de inspectie in zo’n geval al voor de start met het schoolbestuur het gesprek kan aangaan over bepaalde zorgpunten. Dit kan vanaf het moment waarop de overheid heeft gemeld dat een nieuwe school in het eerstvolgende schooljaar zal worden bekostigd. Dit gebeurt meestal een klein half jaar voorafgaande aan de start.

Tijdens het debat over het wetsvoorstel is door verschillende partijen aangegeven dat het wetsvoorstel er niet toe mag leiden dat het voor besturen moeilijker wordt om een school te stichten. Daarom is een amendement van de PvdA en de SGP aangenomen, waarin staat dat het preventieve toezicht van de inspectie zich alleen mag richten op de basale condities. Het gaat dan om de condities van schoolplan, bekwaamheidseisen en onderwijstijd.

Nieuwe particuliere scholen
Voorts is een amendement van het CDA aangenomen, waarin wordt geregeld dat de inspectie ook bij de oprichting van particuliere scholen haar toezicht aanscherpt. Als de inspectie van mening is dat een nieuwe particuliere school bij de oprichting niet voldoet aan de Leerplichtwet, dan zal de Inspectie het college van burgemeester en wethouders hierover informeren. Het college van B&W zal de ouders vervolgens inlichten en aangeven dat zij verplicht zijn hun kind in te schrijven bij een school die wel voldoet aan de eisen, zodat zij voldoen aan de Leerplichtwet.

Het wetsvoorstel ligt nu ter behandeling in de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel kan in werking treden, als ook de Eerste Kamer ermee heeft ingestemd. Bron: Rijksoverheid