Nieuws

Vraag aan onderwijsveld: wat vindt u van de lumpsumsystematiek?

De Kamerleden van de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap willen een breder en dieper inzicht krijgen in de voor- en nadelen van de lumpsumbekostigingssystematiek in met name het primair en voortgezet onderwijs. Ook zijn de Kamerleden benieuwd naar mogelijke verbeteringen daarin. Deze informatie kan de commissie meenemen in toekomstige debatten over dit onderwerp.

Hoe wordt het onderwijsgeld besteed?
Scholen en andere onderwijsinstellingen krijgen van de rijksoverheid elk jaar een vergoeding voor de personele en materiële kosten, bestaande uit één budget, de ‘lumpsum’. Instellingen bepalen zelf hoe ze deze lumpsum besteden. Dit geeft scholen bestedingsvrijheid. Tegelijkertijd wil de overheid wel sturing en verantwoording over de beleidsdoelen houden én wil de Tweede Kamer de minister kunnen controleren. Dit levert een spanningsveld op.

Uw mening
De leden van de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap willen een breder en dieper inzicht krijgen in de voor- en nadelen van de lumpsumbekostigingssystematiek in met name het primair en voortgezet onderwijs en mogelijke verbeteringen daarin. Deze informatie kan de commissie meenemen in toekomstige debatten over dit onderwerp. Daarom wil de commissie graag uw mening horen over onderstaande vragen:

  1. Hoe kijkt u aan tegen de huidige lumpsumbekostigingssystematiek?

  2. Zijn er volgens u binnen de huidige lumpsumbekostigingssystematiek veranderingen nodig zodat scholen zich beter kunnen verantwoorden wat er met het geld is gebeurd? Zo ja, welke?

  3. Welke onderwijsbekostigingssystematiek ziet u als best passend? U kunt daarbij denken aan een nieuw bekostigingssysteem. Ook kunt u inspiratie putten uit de vijf alternatieven die hieronder staan geschetst.

Vijf alternatieven
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft in reactie op een verzoek van de Kamer vijf alternatieven geschetst binnen de lumpsumbekostigingssystematiek.

  1. Schotten of oormerken. Zo kan er bijvoorbeeld een onderverdeling worden aangebracht tussen gebouwen en salariskosten binnen de lumpsum.

  2. Vaker gebruik maken van doelsubsidies. Scholen krijgen dan subsidie om een specifiek doel te bereiken, waarover zij zich dan expliciet moeten verantwoorden.

  3. Geen verandering in bekostigingswijze, wel meer openbare informatie. Met meer openbare informatie kunnen bijvoorbeeld de prestatiegegevens en uitgaven van scholen beter worden vergelijken.

  4. Informatie-uitvraag waarbij gedifferentieerd wordt naar capaciteit van degene die de informatie moet leveren. In dat geval wordt specifiek informatie uitgevraagd bij scholen, waarbij de administratieve lasten minder zijn voor kleine scholen (informatie-uitvraag is proportioneel aan de capaciteit van de school)

  5. Vaker gebruik maken van resultaatafhankelijke bekostiging. In dat geval wordt het geld alleen uitgekeerd als aantoonbaar een bepaald doel is behaald. Dit is al gebruikelijk in het mbo en in het hoger onderwijs wordt hiermee geëxperimenteerd.

U kunt meer informatie over deze vijf alternatieven vinden in de brief via het Kamerstuk II 2015/16, 34 300-VIII, nr. 143.

U kunt uw reactie tot en met 29 oktober 2017 e-mailen naar lumpsum@tweedekamer.nl.

Bron: www.tweedekamer.nl