Nieuws

Voorziening groot onderhoud

Schoolbesturen mogen ook over 2020 de voorziening groot onderhoud op dezelfde wijze opbouwen zoals zij dat in voorgaande jaren hebben gedaan. Op verzoek van OCW en de Raad voor de Jaarverslaggeving is een werkgroep ingesteld, die een advies zal uitbrengen. In de loop van 2020 zal duidelijk worden op welk wijze deze voorziening in de toekomst moet worden opgebouwd.

De wijze waarop de voorziening groot onderhoud moet worden verwerkt in de jaarcijfers, is al enige tijd onderwerp van discussie. Met ingang van 1 januari 2019, is de mogelijkheid om groot onderhoud direct ten laste van de exploitatie te brengen, vervallen. Daarbij kwam naar voren, dat veel instellingen in het primair en voortgezet onderwijs, die gebruik maakten van de voorziening voor groot onderhoud, deze op een andere manier opbouwen dan de Raad voor de Jaarverslaggeving voor ogen staat.

Volgens de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving kan de hoogte van de voorziening onderhoud alleen vastgesteld worden, door voor iedere onderhoudsinvestering afzonderlijk een voorziening op te bouwen, op zo’n wijze, dat voor elke onderhoudscomponent een bedrag naar tijdsgelang wordt gereserveerd. Dit betekent dat als bijvoorbeeld het dak na 20 jaar moet worden vervangen en de kosten hiervoor €200.000 bedragen, er voor het onderhoudscomponent ‘dak’ per jaar €10.000 aan de voorziening moet worden toegevoegd. Na 10 jaar zou er dus voor het dak €100.000 in de voorziening groot onderhoud moeten zitten. Dat kan echter leiden tot een veel hogere voorziening dan de methode die nu veelal door schoolbesturen in het primair- en voortgezet onderwijs wordt toegepast. Deze is gericht op het egaliseren van de uitgaven. Hierbij worden de totale onderhoudsuitgaven van een schoolbestuur, over een periode van bijvoorbeeld 20 jaar bij elkaar opgeteld en vervolgens geëgaliseerd, gelijkmatig verdeeld over dezelfde periode van 20 jaar.

Na overleg met OCW en de Raad voor de Jaarverslaggeving, is in het voorjaar 2019 afgesproken dat schoolbesturen voor de jaren 2018 en 2019 de voorziening groot onderhoud op eenzelfde wijze mochten opbouwen, zoals zij dat in 2017 hebben gedaan. Daarnaast is ook besloten om een Werkgroep groot onderhoud te vormen (bestaande uit een afvaardiging van de RJ-werkgroep Onderwijs, de NBA-werkgroep Onderwijs, PO-Raad, VO-raad en OCW), die als doel heeft, te komen tot een verwerkingswijze die aansluit bij de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving én waarbij rekening wordt gehouden met onderwijssectorspecifieke aspecten.

Deze werkgroep heeft OCW en de Raad voor de Jaarverslaggeving onlangs geadviseerd om nu al duidelijkheid te geven aan schoolbesturen voor 2020, juist ook met het oog op de begroting 2020. Voorgesteld is dat schoolbesturen ook in 2020 de voorziening groot onderhoud op eenzelfde wijze mogen opbouwen, zoals zij dat ook in de voorgaande periode vanaf 2017 hebben gedaan.

Dit advies is door alle partijen overgenomen, maar moet nog wel formeel worden geregeld in de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving onderwijs.

Bron:
www.po-raad.nl