Nieuws

Vernieuwd toezicht

Met ingang van het nieuwe schooljaar vernieuwt de inspectie het toezicht. Het uitgangspunt van het vernieuwde toezicht is dat scholen die voldoende presteren meer ruimte en waardering krijgen. Zo sluit het toezicht beter aan bij de ontwikkelingen in het onderwijs. De bewindslieden van OCW hebben de schoolbesturen in januari van dit jaar per brief opgeroepen om hun schoolleiders, de medezeggenschap en de interne toezichthouders te wijzen op de vernieuwing van het toezicht. Dit omdat het vernieuwde toezicht ook gevolgen kan hebben voor de interne informatievoorziening en de invulling van het interne toezicht

De kern van het nieuwe toezicht bestaat uit de volgende punten:
•  Het toezicht sluit meer aan op de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Het bestuur is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs op de eigen scholen.
•  De inspectie heeft meer aandacht voor de eigen ambities van scholen en besturen en de wijze waarop de school die ambities realiseert. Het schoolplan krijgt hierin een centrale rol.
•  De inspectie maakt duidelijk onderscheid tussen wat moet (handhaving van bij wet geregelde deugdelijkheidseisen) en wat kan (stimulerende rol inspectie aan de hand van de eigen doelen van het bestuur).
•  Binnen het toezicht is ruimte om scholen te waarderen die meer dan de basiskwaliteit bieden. Naast 'zeer zwak', 'onvoldoende' en 'voldoende', kan een school ook 'goed' of 'excellent' zijn.

Kansengelijkheid
De inspectie blijft kritisch reflecteren op de praktische doorwerking van haar instrumenten in de onderwijspraktijk en de consequenties daarvan voor andere onderwerpen, zoals gelijke kansen voor leerlingen. Toezicht mag voor scholen nooit reden zijn om onnodig risico’s te mijden, kansen te onthouden aan kinderen, of leerlingen te weigeren die extra ondersteuning nodig hebben. Met het vernieuwde toezicht kijkt de inspectie ook hoe scholen kansen bieden én realiseren. De inspectie zal ook bekijken wat de waardering 'goed' en het predicaat 'excellent' betekent voor de kansengelijkheid op scholen.

Bron: Rijksoverheid