Nieuws

Uitwerking begrotingsafspraken 2014

Om de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren, wordt vanaf 2015 €325 miljoen toegevoegd aan de lumpsum van de onderwijsinstellingen. Hiervan is €150 miljoen bestemd voor alle onderwijssectoren. De overige €175 miljoen gaat naar het funderend onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. De bewindslieden van OCW schrijven dit in hun brief aan de Tweede Kamer van 3 maart 2014. Het geld is bestemd voor specifieke doelen: meer en betere handen in de klas en het voorkomen van zittenblijven. In de sectorakkoorden worden afspraken gemaakt over het bereiken van deze doelen. De invulling van de plannen is nog wel afhankelijk van de integrale financiële afweging binnen het kabinet in het voorjaar (de Voorjaarsnota).

Investeren in leraren
Een belangrijk uitgangspunt bij de besteding van het extra geld is investeren in leraren. Leraren in het primair en voortgezet onderwijs worden gestimuleerd om een master te halen en er komt betere begeleiding voor beginnende leraren. Ook kunnen er meer conciërges en klassenassistenten komen. Een ander belangrijk doel is het tegengaan van onderpresteren en zittenblijven in het primair en voortgezet onderwijs en in het mbo. Beter gebruik en verlenging van de onderwijstijd zijn hierbij goede instrumenten, bijvoorbeeld in de vorm van zomerscholen en schakelklassen.

Passend onderwijs
Voor passend onderwijs is structureel €50 miljoen beschikbaar. Hiervan wordt €29 miljoen structureel toegevoegd aan de lumpsum van de samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs. Dit geld zal worden ingezet over de hele breedte van passend onderwijs, zowel voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben als voor hoogbegaafde leerlingen. Een speerpunt is dat leraren moeten beschikken over de complexe vaardigheden die nodig zijn om passend onderwijs te kunnen bieden.

Bron: www.rijksoverheid.nl