Nieuws

Schoolgebouwen onder de loep

Goede onderwijshuisvesting is een belangrijke randvoorwaarde voor de kwaliteit van het onderwijs in Nederland. Volgens de minister is er een kwaliteitsslag nodig in de onderwijshuisvesting. De leeftijd van schoolgebouwen loopt op en relatief veel schoolgebouwen zijn de komende jaren aan vernieuwing toe. Ook is de kwaliteit van het binnenmilieu in schoolgebouwen voor verbetering vatbaar. Bovendien zullen in de toekomst extra inspanningen nodig zijn, onder meer vanwege de gevolgen van demografische krimp en de toename van het aantal brede scholen.
Gezien de kwaliteitsslag die nodig is, is het opmerkelijk dat gemeenten minder uitgeven aan onderwijshuisvesting dan waarmee bij de verdeling van het Gemeentefonds rekening wordt gehouden. Aan onderwijshuisvesting wordt per jaar door gemeenten substantieel minder uitgegeven dan er in theorie beschikbaar is. Minister Van Bijsterveldt beschrijft de knelpunten en de maatregelen die zij wil nemen, in haar brief aan de Tweede Kamer van 16 maart 2012. Knelpunten binnen het stelsel
Binnen het stelsel voor huisvesting bestaat een aantal knelpunten: - De gescheiden verantwoordelijkheden leiden tot trage procedures, afstemmingsproblemen en administratieve lasten bij gemeenten en schoolbesturen. - De eisen voor bestaande schoolgebouwen zijn veel lager dan voor nieuwe schoolgebouwen. Dit betekent dat een gemeente bijvoorbeeld niets hoeft te ondernemen voor bestaande gebouwen met enkel glas, slechte isolatie of een indeling die niet past bij de eisen van deze tijd. - Veel gemeenten werken met de modelverordening van de VNG. Hierin zijn normbedragen opgenomen die in de praktijk regelmatig onvoldoende blijken te zijn om scholen van goede kwaliteit te kunnen bouwen. - Schoolbesturen en sectororganisaties in het funderend onderwijs zijn in meerderheid voor overheveling van de verantwoordelijkheid van het buitenonderhoud. Acties
Gemeenten hebben de vrijheid om zelf te beslissen hoe zij de middelen binnen het Gemeentefonds uitgeven. Dat gemeenten minder uitgeven dan zij zouden kunnen, baart de minister zorgen. Daarom roept zij de gemeenten op om meer middelen in te zetten voor onderwijshuisvesting. Ook wil zij de volgende acties in gang zetten: - Meer transparantie over beschikbare middelen en uitgaven aan educatie (waaronder onderwijshuisvesting) per gemeente. - Pilots om vrijwillige doordecentralisatie van de huisvesting naar schoolbesturen te stimuleren. - De VNG verzoeken om kwaliteitseisen in de modelverordening op te nemen. - Verkennen van de mogelijkheden om de eisen voor bestaande scholen aan te scherpen. Overhevelen buitenonderhoud
Om de knelpunten in het PO-stelsel te verminderen is een verkenning gestart naar de mogelijkheden om de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud over te hevelen van de gemeente naar het schoolbestuur. Dit gebeurt mede op verzoek van de PO-Raad en de Tweede Kamer (motie Van Haersma Buma). Uit onderzoek blijkt dat er bij gemeenten en schoolbesturen draagvlak is voor deze maatregel. De voorbereidingen om de wetgeving hierop aan te passen, zijn reeds gestart. Als dit tot een positief kabinetsbesluit leidt, is het streven deze maatregel op 1 januari 2014 in werking te laten treden in het primair onderwijs en het (v)so.

Bron: www.rijksoverheid.nl