Nieuws

Schaalgrootte en fusies

Ondertussen hebben de Tweede en de Eerste Kamer ingestemd met de Wet fusietoets in het onderwijs. Met deze wet heeft de minister een instrument verkregen om voornemens tot schaalvergroting te kunnen beïnvloeden. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om een fusiestop of een fusieverbod, maar om een voorafgaande ministeriële toestemming bij voorgenomen fusies van scholen en besturen. Onder bepaalde omstandigheden zullen fusies immers noodzakelijk blijven. De Wet fusietoets voorziet op hoofdlijnen in een zorgvuldig proces binnen de instelling en een externe beoordeling van deze voornemens in het licht van de gevolgen voor het stelsel.

De eerste verantwoordelijkheid ligt steeds bij de betrokkenen zelf: de besturen, de leiding van de scholen en, via de medezeggenschapsorganen, ouders en leerlingen. Het oordeel van de minister over de uitkomsten van dat proces vormt daarvan het sluitstuk. Dat kan niet anders dan in grote zorgvuldigheid tot stand komen. De wet is in afwachting van de nadere uitwerking van beleidsregels in een ministeriële regeling nog niet in werking getreden. Onlangs is de regeling besproken in de Tweede Kamer.

Overleg met de Tweede Kamer
Op 15 juni 2011 hebben Kamerleden minister Van Bijsterveldt vragen gesteld over de relatie tussen financiële prikkels, schaalgrootte en fusies in het onderwijs. De Kamerleden gingen in op mogelijk negatieve effecten van de Wet fusietoets op het behoud van onderwijskwaliteit in krimpregio’s en de (on)mogelijkheid om ook na de inwerkingtreding van de wet maatwerk te blijven leveren. De minister zei in het overleg met de Tweede Kamer dat de fusietoets niet bedoeld is om het scholen in krimpregio’s lastig te maken. Besturen in krimpregio’s die kleine schooltjes moeten samenvoegen omwille van het behoud van de onderwijskwaliteit, zullen niet worden belemmerd door de fusietoets. De fusietoets heeft juist tot doel om een goede afweging te maken tussen schaalgrootte, efficiency, kwaliteit van het onderwijs en de belangen van degenen die niet direct bij de fusies betrokken zijn. De wet en regeling zijn zo ingericht dat maatwerk mogelijk blijft.

Toetsdrempel primair onderwijs
Zo kent het basisonderwijs, op advies van de Onderwijsraad, een toetsdrempel. Onder deze drempel hoeven fusies niet te worden voorgelegd aan de minister voor toetsing. De wet kent een drempel voor zowel scholenfusies als bestuurlijke fusies. Scholenfusies waarbij het totaal aantal leerlingen van de betrokken scholen minder dan 500 leerlingen bedraagt of bestuurlijke fusies waarbij minder dan 10 scholen betrokken zijn, hoeven niet te worden voorgelegd aan de minister.

Rechtvaardigingsgronden
Naar verwachting zullen aanvragen voor goedkeuring van een fusie die langs de lijnen van de fusie-effectrapportage, en dus na een zorgvuldige belangenafweging, tot stand zijn gekomen, niet snel leiden tot een negatieve beslissing. De fusietoets geeft echter de mogelijkheid om bij een echt maatschappelijke ongewenste fusie in te grijpen, een mogelijkheid die er tot nu toe niet was.

De minister kan goedkeuring onthouden, indien als gevolg van de fusie de variatie van het onderwijsaanbod binnen het voedingsgebied op significante wijze wordt belemmerd. De criteria voor significante belemmeringen zijn beschreven in de regeling. Maar ook als sprake is van een belemmering kan de minister een fusie goedkeuren, als er een aannemelijke rechtvaardigingsgrond is. Zo kan de minister op grond van de rechtvaardigingsgronden in de regeling in geval van teruglopende leerlingaantallen en het onder druk staan van onderwijskwaliteit toch goedkeuring verlenen aan een fusie.

Beperking fusies tot samenwerkingsbestuur
Een belangrijke beperking die de wet opwerpt betreft de totstandkoming van samenwerkingsbesturen. Net als bij de samenwerkingsscholen is ten aanzien van de samenwerkingsbesturen bepaald dat dit te allen tijde een uitzondering zou moeten zijn. Alleen wanneer sprake is van dreigende opheffing van een of meerdere bij de fusie betrokken scholen, zal de minister goedkeuring verlenen.

Inwerkingtreding wet en regeling
De verwachting is dat de wet en de regeling op 1 oktober 2011 in werking zullen treden. In de volgende Nieuwsbrief PO zal hieraan aandacht worden besteed.
Bron: www.rijksoverheid.nl