Nieuws

Regeling vaststelling ondersteunings bedragen per leerling lwoo en pro 2014

Met ingang van het kalenderjaar 2014 wordt er een eind gemaakt aan de huidige openeinde financiering van het lwoo en het pro en worden de ondersteuningsmiddelen op landelijk niveau gebudgetteerd. Hiermee wordt voorkomen dat bij een groei van het aantal leerlingen in het lwoo/pro, het financieel kader van de Rijksbegroting wordt overschreden. Op dit moment kent de bekostiging van het lwoo en pro geen onderscheid in basisbekostiging en ondersteuningsbekostiging. Om deze budgettering mogelijk te maken is het nodig een onderscheid te maken tussen basiskosten (ongeveer te vergelijken met de gemiddelde kosten voor een reguliere vmbo-leerling) en kosten voor extra ondersteuning (uitgedrukt in bij ministeriële regeling te bepalen ondersteuningsbedragen per leerling). In deze regeling worden deze ondersteuningsbedragen gepubliceerd.

In de regeling worden de ondersteuningsbedragen per leerling in het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en het praktijkonderwijs (pro) vastgesteld. Dat is het gevolg van de opsplitsing van de huidige bekostiging per lwoo- en pro-leerling in een deel basisbekostiging en een deel ondersteuningsbekostiging. Deze opsplitsing is nodig omdat de uitgaven voor extra ondersteuning met ingang van 1 januari zijn gebudgetteerd (en de uitgaven voor de basisbekostiging niet). De huidige bekostiging bestaat uit een bedrag dat iedere school, onafhankelijk van het aantal leerlingen, krijgt (de ‘vaste voet’) en een bedrag per ingeschreven leerling (het leerlingafhankelijke deel van de bekostiging). Een groei van het aantal leerlingen in het lwoo/pro beïnvloedt dus alleen de uitgaven van het leerlingafhankelijke deel van de bekostiging. Daarom wordt de hier bedoelde splitsing alleen gemaakt voor het leerlingafhankelijke deel van de bekostiging. Daarnaast is er omwille van de eenvoud voor gekozen om dit onderscheid alleen te maken van de grootste kostencategorie: de personeelscategorie leraren. Andere, kleinere, bekostigingscompenten (zoals directie en onderwijsondersteunend personeel en materiële kosten) blijven ongewijzigd. 

Dat betekent het volgende: de ratio leraar/leerlingen voor het lwoo en pro wordt gewijzigd van 1/8,87 in 1/17,14. Dit is de basisbekostiging. 
Hiermee is de basisbekostiging voor een lwoo- en pro-leerling, voor wat de berekening betreft van de leerlingafhankelijke bekostiging van de personeelscategorie leraren, gelijk aan die van een gemiddelde vmbo-leerling. Het verschil tussen de huidige (hoge) bekostiging per lwoo/pro leerling en deze nieuwe basisbekostiging is het ondersteuningsbedrag per leerling. Dit zijn dus de meerkosten ten opzichte van de gemiddelde kosten van een vmbo-leerling die bedoeld zijn voor de extra ondersteuning. Om herverdeeleffecten te voorkomen is voor elke schoolsoortgroep een apart ondersteuningsbedrag per leerling vastgesteld. Deze bedragen zijn vastgesteld aan de hand van het prijsniveau zoals dat in de Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2013 en 2014 is vastgelegd. 

Zoals aangegeven zijn de uitgaven voor de extra ondersteuning van geïndiceerde lwoo- en pro-leerlingen vanaf 1 januari 2014 gebudgetteerd. Uitgangspunt voor de budgettering is de begroting 2012 en daaraan gekoppelde meerjarenraming 2013. Indien het aantal leerlingen op de voorlopige leerlingentelling van 1 oktober 2013 is gestegen ten opzichte die meerjarenraming dan wordt het ondersteuningsbedrag per lwoo- en pro-leerling lager vastgesteld. Er is sprake van een stijging van 2,86% lwoo-pro-leerlingen. Om binnen het gebudgetteerde kader te blijven zijn de ondersteuningsbedragen per leerling met 2,86% verlaagd. In deze regeling is hiermee al rekening gehouden.

Bron: www.overheid.nl