Nieuws

Ontslagvergoedingen

In de sectoren primair en voortgezet onderwijs wordt breed onderschreven dat terughoudend moet worden omgegaan met het uitkeren van ontslagvergoedingen. In een brief van 21 juni 2011 aan de voorzitters van de PO-Raad en de VO-raad heeft minister Van Bijsterveldt haar zienswijze op de bekostiging van ontslagvergoedingen nader toegelicht. Zij geeft aan dat er individuele omstandigheden kunnen zijn waarbij een ontslagvergoeding is te verdedigen. De minister vertrouwt erop dat het bevoegd gezag, als werkgever, hierin steeds een gedegen afweging zal maken.

Het onderwijspersoneel heeft over het algemeen een rechtspositie met voorzieningen in geval van ontslag: de ontslagen medewerker heeft recht op een (bovenwettelijke) werkloosheidsuitkering. De positie van de werknemer is daarmee goed geregeld, zodat een ontslagvergoeding bovenop de werkloosheidsuitkering in principe niet nodig is. Bovendien mag van werkgevers verwacht worden dat zij een gedegen HRM-beleid voeren, waarbij ontslagvergoedingen niet nodig zijn. Als er ontslagen vallen door nalatigheid of slecht management en vervolgens wordt overgegaan tot het uitkeren van ontslagvergoedingen met geld uit de rijksbekostiging, dan kunnen die middelen worden teruggevorderd. Dit laat onverlet dat zich situaties kunnen voordoen, waarin ontslagvergoedingen aan de orde zijn. BRON: Ministerie