Nieuws

Ontslagvergoeding

In een brief aan de VO-raad heeft de minister van OCW gereageerd op het wel dan niet onrechtmatig zijn van ontslagvergoedingen. Hieronder volgt de tekst van de brief. “ Geachte heer Schmidt, Zeer recent ben ik geconfronteerd met een school voor voortgezet onderwijs die aan personeelsleden een ontslagvergoeding uit de rijksbegroting toekent bij beëindiging van het dienstverband. Het verstrekken van een dergelijke vergoeding komt neer op een onrechtmatige besteding van de bekostiging. Ik meen er goed aan te doen u op de hoogte te stellen van het feit dat dergelijke vergoedingen niet voor bekostiging in aanmerking komen en door mij zullen worden teruggevorderd. Ik verzoek u de leden van uw vereniging hierover te informeren. Tevens verzoek ik u uw leden erop te wijzen dat afspraken met de werknemersorganisaties over deze vergoedingen, niet kunnen meebrengen dat daarvoor bekostiging kan worden aangewend, laat staan dat ik die aanwending zou moeten goedkeuren. Ik heb de instellingsaccountants hiervan op de hoogte gesteld en zij zullen daar bij de controle van de jaarstukken vanaf het kalenderjaar 2011 alert op zijn. Slechts in het geval waarin een bevoegd gezag door een rechterlijke uitspraak gedwongen is tot het betalen van een ontslagvergoeding en de daarmee gemoeide kosten ten laste van de rijksbekostiging brengt, kan er naar mijn oordeel –afhankelijk van de omstandigheden van het geval- een rechtvaardiging bestaan om de onrechtmatig bestede bekostiging niet terug te vorderen. Dit is afhankelijk van de situatie en het bedrag dat ermee is gemoeid. Verder kan zich de situatie voordoen dat een bevoegd gezag ten laste van de rijksbekostiging kosten maakt om een nieuwe passende functie te (laten) vinden voor met ontslag bedreigde personeelsleden. Indien die kosten binnen redelijke grenzen blijven, kan ook in die situatie een rechtvaardiging bestaan die kosten niet terug te vorderen. Aanleiding voor deze brief is een verzoek om aanvullende bekostiging in verband met een financieel probleem bij een vo-school. Uit het onderzoek van de inspectie dat heeft plaatsgevonden naar de financiële situatie bij de school is gebleken dat het financiële probleem is veroorzaakt doordat het bestuur met de vakorganisaties een afspraak heeft gemaakt dat personeel waarvan het dienstverband wordt beëindigd een financiële vergoeding krijgt toegekend die is berekend aan de hand van de zogenaamde kantonrechtersformule. In de Wet op het voortgezet onderwijs (W.V.O.) is geen bepaling opgenomen op basis waarvan dergelijke vergoedingen voor rijksbekostiging in aanmerking kunnen komen. Het gevolg is dat er sprake is van onrechtmatige besteding van de bekostiging.”