Nieuws

Nieuwe regels vrijwilligerswerk met een WW-uitkering

Sinds 1 januari 2015 gelden er nieuwe regels voor vrijwilligerswerk met een WW-uitkering. Zo is bijvoorbeeld vastgelegd bij welk soort organisaties vrijwilligerswerk is toegestaan, met behoud van WW. Om met behoud van WW vrijwilligerswerk te mogen doen, moeten zowel de organisatie als het vrijwilligerswerk aan een aantal nieuwe regels voldoen.

Vrijwilligerswerk? Alleen voor een maatschappelijke organisatie
Voor UWV is vrijwilligerswerk: onbetaald werk voor een maatschappelijke organisatie die voor zijn activiteiten voor een groot deel afhankelijk is van vrijwilligers. Het moet gaan om werk bij organisaties met een ANBI-status of een SBBI. ANBI staat voor: Algemeen Nut Beogende Instelling. Denk aan kerken, organisaties voor goede doelen of musea. SBBI betekent Sociaal Belang Behartigende Instelling. Bijvoorbeeld een sportvereniging of een zangkoor. De Belastingdienst beslist over de toekenning van deze status aan een organisatie. Of een organisatie een ANBI-status heeft of een SBBI is, vindt u op de site van de Belastingdienst.

Het werk moet gedaan worden door vrijwilligers
Een andere voorwaarde om met behoud van de WW-uitkering vrijwilligerswerk te mogen doen, is dat dit werk binnen de organisatie alleen door vrijwilligers wordt gedaan. En dat al minstens 1 jaar lang. Ook mag er het jaar voor de start van het werk geen vacature voor zijn geweest. Als de werkplek of het werk korter dan een jaar bestaat, dan kijken we naar een andere werkplek bij deze organisatie of een andere vergelijkbare organisatie.

Maximale vergoeding voor vrijwilligerswerk
De vergoeding voor het vrijwilligerswerk mag niet hoger zijn dan € 4,50 per uur. Voor jongeren onder de 23 jaar is dat € 2,50. De onkostenvergoeding van een vrijwilliger met een WW-uitkering mag niet meer zijn dan € 150 per maand, en niet meer dan € 1.500 per jaar. Reiskosten worden hierbij niet meegeteld.

Bron: UWV