Nieuws

Nederlandse btw-vrijstelling voor detacheren personeel niet te ruim

Inleiding In Nederland is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om een btw-vrijstelling toe te passen voor het structureel ter beschikking stellen van personeel in de sociaal-culturele sector, de gezondheidszorg en het onderwijs. Deze vrijstelling berust op het besluit van de staatssecretaris van Financiƫn van 14 maart 2007. In onze Indirect Tax Alert van 17 juli 2008 informeerden wij u dat de Europese Commissie Nederland heeft verzocht om dit besluit te wijzigen, omdat Nederland hiermee de btw-vrijstelling voor de sociaal-culturele sector, de gezondheidszorg en het onderwijs te ruim toepast. Nederland heeft dit verzoek niet ingewilligd. Om de wijziging van de btw-vrijstelling alsnog af te dwingen, heeft de Europese Commissie een procedure aangespannen bij het Europese Hof van Justitie. Met deze Alert informeren wij u graag over het oordeel van het Europese Hof van Justitie en de mogelijke gevolgen van dit oordeel voor uw praktijk. Arrest van het Europese Hof van Justitie
Bij arrest van 25 maart 2010 heeft het Europese Hof van Justitie de klachten van de Europese Commissie afgewezen, met name omdat de Europese Commissie niet voldoende heeft aangetoond dat de Nederlandse regeling in strijd is met de Europese regelgeving. Voor Nederland is dit uiteraard een mooie uitkomst! Gevolgen voor de praktijk
Het belangrijkste gevolg van het arrest is dat Nederland niet verplicht is om de vrijstelling voor het ter beschikking stellen van personeel in de sociaal-culturele sector, de gezondheidszorg en het onderwijs te wijzigen. Mede gelet op het feit dat Nederland zich uitvoerig heeft verzet tegen intrekking van deze regeling, verwachten wij dat Nederland deze regeling voorlopig ook in stand zal laten. Dit betekent dat het voor instellingen in voormelde sectoren vooralsnog mogelijk blijft om (onder voorwaarden) personeel vrij van btw ter beschikking te stellen op basis van het besluit van de staatssecretaris van FinanciĆ«n. De ervaring leert echter dat de voorwaarden die in het besluit worden gesteld zeer strikt worden uitgelegd en dat het in de praktijk niet in alle gevallen mogelijk blijkt te zijn om aan deze voorwaarden te voldoen. Voor die situaties waarin niet aan de voorwaarden kan worden voldaan, is het raadzaam om te beoordelen of de btw-vrijstelling op andere gronden toepassing kan vinden. Bron: EY Indirect Tax