Nieuws

Nationaal onderwijsakkoord

Voor het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is volgend jaar €34 miljoen extra beschikbaar, als sociale partners in deze sectoren vóór 1 juni een akkoord over de cao hebben gesloten. De sociale partners bepalen waar dit geld aan wordt uitgegeven. Basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs krijgen volgend jaar extra geld om 3000 jonge leraren te kunnen aanstellen. Ook komt de prijsbijstelling van €204 miljoen vrij. 
Deze investeringen komen bovenop de €689 miljoen die in het regeerakkoord al waren gereserveerd voor een Nationaal Onderwijsakkoord en de €256 miljoen voor primair en voortgezet onderwijs uit het Gemeentefonds. Daarnaast zijn ook immateriële afspraken vastgelegd in het akkoord: de werkdruk gaat omlaag, leraren krijgen meer ruimte voor professionele ontwikkeling en er worden stappen gezet om de administratieve rompslomp te verminderen. Een ander belangrijk punt vormen de afspraken over de flexibilisering van de onderwijstijd in het voortgezet onderwijs. 
Moderne arbeidsvoorwaarden
Werkgevers en werknemers in het onderwijs vullen de modernisering van de arbeidsvoorwaarden in tijdens het cao-overleg. Uitgangspunt is dat onderwijspersoneel vanaf de eerste aanstelling tot aan de pensionering optimaal blijft participeren in het onderwijsproces en duurzaam inzetbaar is. De huidige Bapo-regeling wordt vervangen door een nieuwe regeling die gericht is op duurzame inzetbaarheid van zowel jong als ouder personeel. Sociale partners in het voortgezet onderwijs maken afspraken over een baangarantie voor nieuwe docenten in tekortvakken, opdat meer studenten kiezen voor een opleiding tot leraar voor die vakken. 
Elke leraar bevoegd en geregistreerd 
Onbevoegde leraren krijgen van hun werkgever de ruimte om hun bevoegdheid te halen. In 2017 moeten alle docenten bevoegd zijn voor het onderwijs dat zij geven. Ook houden zij dan zelf hun bekwaamheid bij in het lerarenregister. Zij krijgen meer tijd en budget voor lesvoorbereiding, peer review, collegiaal overleg en nascholing. De bereidheid om aan intervisie mee te werken gaat deel uitmaken van de beoordeling van docenten. De inschrijving in het register wordt een voorwaarde voor toekenning van een lerarenbeurs waarmee leraren hun kennis op hun eigen vakgebied kunnen verbreden. Deze maatregelen dragen bij aan het stimuleren van een sterke beroepsgroep met een hoge beroepsstandaard. Goed onderwijs begint met goede leraren. 
Onderwijsarbeidsmarkt
In het akkoord zijn ook maatregelen opgenomen om knelpunten op de onderwijsarbeidsmarkt snel aan te pakken. In 2014 is een bedrag van €150 miljoen beschikbaar om 3000 extra leraren in het primair en voortgezet onderwijs te behouden of aan te trekken. Deze docenten zouden anders mogelijk verloren gaan voor het onderwijs, terwijl ze over een paar jaar als veel leraren met pensioen gaan, weer hard nodig zijn. Voor het hoger onderwijs komt incidenteel €135 miljoen extra beschikbaar om een tijdelijke teruggang in de bekostiging te beperken. Partijen verschillen van mening over het sociaal leenstelsel en spreken af dat indien tot een sociaal leenstelsel wordt besloten, de opbrengsten ervan in het bijzonder ten goede komen aan het hoger onderwijs.
Sociale partners
De Stichting van het Onderwijs is een initiatief van de sociale partners in het onderwijs. Dit platform is gericht op structureel overleg met de overheid, gevoed door de dialoog tussen de mensen uit het onderwijs zelf en hun directe partners. De sociale partners leggen in de komende drie weken het principeakkoord voor aan hun achterban. De vakbonden van FNV hebben het Nationaal Onderwijsakkoord niet ondertekend.
Bron: www.rijksoverheid.nl