Nieuws

Instroomtoets voor vervangers

In het reglement van het Participatiefonds 2016-2017 is een nieuwe bepaling opgenomen voor contracten wegens vervanging. Ook voor hen geldt nu dat er een inspanningsplicht is voor wat betreft herplaatsing en outplacement.

In de cao PO 2016-2017 zijn een tweetal nieuwe contractsvormen opgenomen, specifiek voor vervangingsbenoemingen: het bindingscontract en het min/max-contract. Aan het reglement van het Participatiefonds is een bepaling toegevoegd (artikel 4:64/5:67) die ziet op het beëindigen van deze contractsvormen. Werknemers kunnen na afloop van een dergelijk contract een uitkering aanvragen. Deze uitkering wordt door het Participatiefonds betaald als de werkgever aan bepaalde vereisten voldoet. Voldoet de werkgever hier niet aan, dan betaalt hij de uitkering zelf. De vereisten zijn als volgt:

  • De reden van het niet voortzetten van het tijdelijke contract (min/max-contracten en bindingscontracten kunnen volgens de cao alleen voor bepaalde tijd worden aangegaan) moet aan de werknemer schriftelijk worden meegedeeld.
  • Er moet een herplaatsingsonderzoek worden gedaan: is er binnen de organisatie van werkgever een andere plek beschikbaar voor deze werknemer? Zo ja, dan komt de uitkering voor rekening van de werkgever, het ontslag was dan immers niet noodzakelijk. Het is mogelijk middels een door de werknemer ondertekende modelverklaring te voldoen aan dit vereiste.
  • De werkgever moet ondersteuning bieden bij het vinden van een andere baan. Dit gebeurt meestal via een outplacementtraject, maar andere activiteiten zijn ook mogelijk. Deze financiële inspanning bedraagt minimaal € 100,- per afgeronde maand dat iemand in dienst is geweest, tot een maximum van € 1.000,-.

Gewone vervangingscontracten voor bepaalde tijd
In het nieuwe artikel 4:64 (dus alleen voor het bijzonder onderwijs) worden ook de gewone tijdelijke arbeidsovereenkomsten voor vervanging genoemd. Het herplaatsingsonderzoek en de vergoeding van outplacement moeten volgens dit artikel ook gedaan worden als iemand een gewone tijdelijke benoeming heeft gehad wegens afwezigheid van een andere medewerker. Bijvoorbeeld: iemand heeft een contract voor de duur van de ziekte van een vaste medewerker. Of iemand heeft een contract voor de duur van het zwangerschapsverlof van een vaste medewerker. Etc.
Deze contractsoorten staan echter ook vermeld in de artikelen 4:27 e.v., identiek aan de bepalingen uit het vorige reglement. Daarvoor gelden de vereisten van een herplaatsingsonderzoek en outplacement niet. Het enige vereiste is dat er wordt aangetoond dat het om een vervangingsbenoeming gaat.
Het is dus niet duidelijk welk artikel moet worden toegepast na afloop van een gewoon tijdelijk contract wegens vervanging.

Uitkering gedurende min/max-contract en bindingscontract
Verder is het mogelijk dat een werknemer recht op een uitkering krijgt terwijl het min/max-contract of bindingscontract nog loopt (dit geldt zowel voor bijzonder als openbaar onderwijs). Dit is het geval als iemand eerst veel wordt opgeroepen, maar daarna een tijd minder. Als een werknemer voldoende arbeidsverleden heeft (minimaal 26 weken) en voldoende urenverlies (minimaal 5 uur), dan kan hij een WW-uitkering aanvragen. In deze situatie voorziet het Participatiefonds niet. Het reglement van het Participatiefonds voorziet alleen voor de situatie dat het contract definitief tot een einde komt.

Beide omissies hebben wij voorgelegd aan het Participatiefonds. Nu is het wachten op een reactie. Uiteraard houden we u vanuit Concent op de hoogte. 

Mr Renate van der Velde-Buist