Nieuws

Instroomtoets voor vervangers (deel 2)

Reeds eerder schreven wij over de instroomtoets voor vervangers. Zie: http://www.concent.nl/nl/nieuws/instroomtoets-voor-vervangers/. Leest u dit artikel nogmaals door voordat u het vervolg van dit artikel leest. 

Er bestaat helderheid over de vereisten aan de instroomtoets na afloop van een min/max- of bindingscontract. Er bestaat echter geen helderheid over de instroomtoets na een gewoon vervangingscontract.
Zoals beloofd legden wij deze vraag voor aan het Participatiefonds en aan de PO-raad. Het antwoord van het Participatiefonds liet lang op zich wachten, maar luidt als volgt: Indien er sprake is van 1 op 1 vervanging zal er waarschijnlijk sprake zijn van bijvoorbeeld een 4:27 artikel.

Dat antwoord is net zo onduidelijk als de toelichting die de PO-raad vorige week op haar website plaatste. Daarin staat vermeld dat de uitgebreide instroomtoets van toepassing is bij “langere tijdelijke contracten”.
Wanneer is nu de uitgebreide instroomtoets van toepassing? Is dat na 2 opvolgende contracten? Of pas na het derde of vierde contract? En wat zijn “langere, tijdelijke contracten”? Is dat een heel lang tijdelijk vervangingscontract (bijvoorbeeld een jaarcontract), of is dat een langere reeks van meerdere contracten?

Wat te doen
De vraag is hoe hiermee om te gaan, nu de onduidelijkheid in het reglement van het Participatiefonds niet wordt weggenomen.

In de eerste plaats is het belangrijk dat u de onduidelijkheid op dit punt onder de aandacht blijft brengen bij de PO-raad (welke als werkgeversorganisatie vertegenwoordigd is in het bestuur van het Participatiefonds).
In de tweede plaats kunt u op twee manieren met deze problematiek omgaan:

a. het zekere voor het onzekere nemen en voor elke vervanger die langer dan bijvoorbeeld een half jaar in dienst is geweest te voldoen aan de vereisten van het herplaatsingsonderzoek en het outplacement. U bent op grond van de cao toch al verplicht om ook uw vervangers te betrekken bij het vervullen van vacatures. De vervangers staan sinds de invoering van de nieuwe cao in de lijst met voorrangsbenoemingen (zie bijlage IE van de cao, p. 216).

b. vanwege de onduidelijkheid in de bepaling deze simpelweg niet toepassen in het geval van gewone vervangingscontracten, maar de instroomtoetsen te doen op een van de gronden genoemd in de artikelen 4:27 t/m 4:36. De argumenten om deze handelwijze te volgen zijn sterk:

  • Als een specifiek geval kan worden getoetst op een van de artikelen 4:27 t/m 4:36, dan is er geen reden om 4:46 toe te passen
  • Het is niet helder wanneer 4:46 toepassing moet krijgen in het geval van opvolgende, gewone vervangingscontracten. Een dergelijke onhelderheid komt gewoonlijk voor rekening van de instantie die het reglement opstelt.
  • Voor het openbaar onderwijs bestaat er wel volstrekte helderheid: de uitgebreide instroomtoets is alleen van toepassing op min/max- en bindingscontracten (artikel 5:67). Het is niet redelijk van het bijzonder onderwijs op dit punt meer te verlangen.