Nieuws

Indexatie personele bekostiging 0,44 procent

De personele bekostiging wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de het zogenoemde referentiemodel. Op basis van de uitkomst van het referentiemodel 2015, krijgen schoolbesturen 0,44% meer personele bekostiging ter compensatie van de gestegen loonkosten en werkgeverslasten in het kalenderjaar 2015.

Referentiemodel 2015

Vergoeding   contractloonontwikkeling

  1,10%

Vergoeding   incidentele loonontwikkeling

  0,30%

Vergoeding   pensioenontwikkeling

-0,56%

Vergoeding   overige sociale werkgeverslasten (incl. correctie Aof)

-0,09%

Beleidsmatige   korting contractloonontwikkeling

  0,00%

Beleidsmatige   korting incidentele loonontwikkeling

-0,30%

Totaal

  0,44%

Toelichting

De vergoeding voor de contractloonontwikkeling is 1,1%. De compensatie ligt dus 0,1 procentpunt lager dan de 1,2% loonsverhoging die met de bonden is afgesproken in de CAO PO 2014-2015.

De compensatie voor de pensioenpremie daalt met 0,56% als gevolg van een daling van pensioenpremies in de markt. Hiertegenover staat echter een daling van de pensioenpremie per 1 januari 2015 als gevolg van het wegvallen van de herstelpremie en het nieuwe pensioenakkoord. Door dit nieuwe pensioenakkoord mogen werknemers minder pensioen opbouwen, waardoor de premies voor zowel werknemers als werkgevers dalen. Voor de werkgevers in het primair onderwijs gaat het om een daling van 15,08% naar 13,00% over het salaris.

Het pensioenakkoord bepaalde echter ook dat een deel van de premievrijval van de werkgever als gevolg van dit akkoord beschikbaar moest worden gesteld voor arbeidsvoorwaarden. Dit heeft geleid tot de eenmalige uitkering in 2015 van 328 euro (naar rato van de werktijdfactor). Zie berichtgeving: Geen nieuwe cao, wel afspraken voor primair onderwijs

Door bovenstaande ontwikkelingen is het verschil tussen feitelijke werkgeverskosten en de kabinetsbijdrage in 2015 behoorlijk toegenomen met zo’n 0,8%. Er zal in de komende maanden over moeten worden gesproken of en hoe deze tegenvaller een rol moet gaan spelen in de cao-onderhandelingen.

Het feit dat het kabinet de compensatie voor de gestegen werkgeverslasten over 2015 op basis van de referentiesystematiek heeft vastgesteld op 0,44%, betekent dat de personele bekostiging 2015-2016 met 0,44% wordt verhoogd ten opzichte van de in april gepubliceerde regeling bekostiging personeel. De compensatie voor gestegen werkgeverslasten geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015 en heeft dus ook betrekking op de laatste zeven maanden personele bekostiging van het huidige schooljaar 2014-2015.

Werking referentiesystematiek

De indexatie van de personele bekostiging wordt voor alle overheids- en onderwijssectoren vastgesteld aan de hand van de referentiesystematiek. Deze systematiek vertaalt de volgende ontwikkelingen in de arbeidskosten van de marktsector door naar de overheidssector:

1.    Contractloonontwikkeling in de marktsector, zoals geraamd door het Centraal Planbureau.

2.    Mutatie werkgeverslasten in de marktsector voor de werkgeverslasten pensioen en sociale zekerheid (Arbeidsongeschiktheid (WAO), Zorgverzekeringswet (ZVW), Pensioenen, Doorbetaling bij ziekte/ ziekteverzuim en bijdrage kinderopvang). De ontwikkeling van de werkloosheidskosten (terugkomend in de premies participatiefonds) wordt niet meegenomen in het referentiemodel, aangezien schoolbesturen eigen risicodragers zijn voor de WW.

De marktsector is dus het referentiepunt: stijgen/dalen arbeidskosten in de marktsector, dan stijgt/daalt de compensatie voor het primair onderwijs. De daadwerkelijke ontwikkeling van de arbeidskosten in het primair onderwijs speelt dus geen enkele rol bij het vaststellen van de compensatie. Is de werkelijke ontwikkeling van de arbeidskosten in het primair onderwijs hoger dan de compensatie op grond van de referentiesystematiek, dan heeft de sector daar nadeel van. Andersom geldt ook: wordt er meer gecompenseerd dan dat de werkelijke arbeidskosten zijn gestegen, dan is het voordeel voor de schoolbesturen.

(Bron: PO Raad)