Nieuws

Het uniform loonbegrip per 1 januari 2012

In het wetsvoorstel Uniformering loonbegrip wordt voorgesteld om het loon voor de loonheffing en het loon voor de heffing van de premies voor de werknemersverzekeringen en het loon voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (ZVW) te uniformeren. De verschillen tussen deze loonbegrippen worden daarmee weggenomen. Al deze verschillen maken dat er nu nog berekeningen per heffing plaatsvinden over verschillende lonen. Deze verschillen ontstaan door verschillende behandeling van de inleg en opname voor levensloop, het privégebruik van de auto van de zaak, het werknemersdeel in de premie in het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) en de vergoeding van de werkgever voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de ZVW.
­
Daarnaast wordt het deel van het loon waarover de premies voor de werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de ZVW worden geheven, gelijkgetrokken. Nu vinden drie berekeningen van deze heffingen plaats, namelijk voor de AWf-premie over het loon met een franchise en een maximum, voor de sectorfonds- en WIA-premies over het loon tot hetzelfde maximum, maar zonder franchise, en voor de ZVW-bijdrage zonder franchise tot een lager maximum. Het wetsvoorstel schaft de franchise af en trekt het maximum van de grondslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW gelijk aan het maximum van de grondslag voor de premies werknemersverzekeringen. Als gevolg van het wetsvoorstel uniformering loonbegrip wijzigen de loonkosten voor groepen werknemers, afhankelijk van hun inkomen. De grondslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW en AWf (WW-premie) verbreedt. De ZVW-premiegrens wordt verhoogd naar de premiegrens voor werknemersverzekeringen en de AWf-franchise vervalt. Het gevolg van het afschaffen van de franchise in de AWf-premie en het verhogen van de ZVW-premiegrens voor de inkomensafhankelijke bijdrage is een stijging van de loonkosten voor bedrijven met circa 250 miljoen euro (ofwel 0,1%). De loonkostenmutatie verschilt naar inkomen. Voor inkomens beneden de € 20.000,- stijgen de loonkosten met 0,7%. Voor inkomens van € 57.000,- stijgen de loonkosten met 0,5%, waarna de loonkostenstijging geleidelijk afloopt voor hogere inkomens. Bij een inkomen van € 38.000,- is de loonkostendaling het grootst (0,8%). Het kabinet is zich van de stijging van de lonen bewust en zal per medio 2011 naar verwachting een oplossing aandragen één en ander te egaliseren.