Nieuws

Geen CAO-akkoord primair onderwijs: wat nu?

Gisteren werd bekend dat de cao-partijen het overleg over een nieuwe cao hebben opgebroken. Dat betekent dat de kans dat er op 1 juli 2016 een nieuwe cao voor het Primair Onderwijs ligt, aanzienlijker kleiner is geworden.

Concreet betekent dit het volgende.
De cao blijft van kracht totdat er wel een nieuwe cao is. Dat is zo geregeld in de huidige cao. Er ontstaat dus niet een cao-loze periode. Doordat het overgangsrecht dat behoort bij de inwerkingtreding van de WWZ echter afloopt op 1 juli 2016, zijn er in de praktijk wel wijzigingen.

De gevolgen van het vastlopen van het cao-overleg zijn in grote lijnen als volgt:

Bijzonder onderwijs

  • De ketenregeling uit het Burgerlijk Wetboek (WWZ) is met ingang van 1 juli 2016 onmiddellijk van toepassing. Er geldt op dat moment geen overgangsrecht meer, de ketenregeling is dus ook van toepassing op lopende contracten.
  • Nul-urencontracten zijn onder de huidige cao niet mogelijk en worden dat dus ook niet.
  • Min/max-contracten zijn arbeidsrechtelijk wel mogelijk, maar de cao en de regelementen van het Participatiefonds en Vervangingsfonds voorzien niet in deze systematiek, waardoor de systematiek op praktische bezwaren stuit.
  • De transitievergoeding wordt per 1 juli 2016 van kracht (behalve voor ontslagen die voor 1 mei 2016 zijn aangevraagd bij het UWV of de Kantonrechter). Deze vergoeding moet betaald worden als een medewerker minimaal 24 maanden in dienst is geweest en het dienstverband op initiatief van de werkgever niet wordt voortgezet.
  • Ontslag wegens formatieve redenen (en voorafgaande RDDF-plaatsing) vindt plaats op grond van het afspiegelingsbeginsel. Dit was overigens met ingang van 1 juli 2015 al zo.

Openbaar onderwijs:

  • De huidige regeling omtrent tijdelijke dienstverbanden en vervangingscontracten (hoofdstuk 4 van de cao) blijft onverkort van kracht.
  • De transitievergoeding wordt niet ingevoerd. Wel zal de transitievergoeding een reflecterende werking kunnen hebben op financiële afspraken rondom m.n. een ontslag met wederzijds goedvinden. Ambtenaren in het openbaar onderwijs zullen immers minder snel genoegen nemen met een ontslag zonder vergoeding, nu hun collega’s in het bijzonder onderwijs wel recht hebben op een vergoeding.
  • Ontslag wegens formatieve redenen blijft gebeuren op basis van het LIFO-beginsel, tenzij de werkgever werkgelegenheidsbeleid voert.

Voor bijzonder en openbaar onderwijs:

  • De WOPO wordt niet aangepast. De hoogte en duur van de uitkering blijft dus hetzelfde. Dat betekent enerzijds dat de duur van de uitkering niet verlengd wordt naar de pensioengerechtigde leeftijd, maar op 65 jaar gehandhaafd blijft. Anderzijds betekent het dat de WOPO voor de werkgever onverminderd duur blijft. In vergelijking met andere sectoren is de WOPO een riante bovenwettelijke regeling.
  • De systematiek van verplichte RDDF-plaatsingen voorafgaand aan ontslag wegens formatieve redenen blijft zoals het is.
  • De invoering van de 40-urige werkweek blijft onverkort van kracht. Dit is overigens ook de verwachting voor het geval er wel een nieuwe cao wordt afgesloten.
  • De verwachte en gehoopte loonsverhoging van minimaal 3% gaat niet door.

Vooral voor het bijzonder onderwijs betekent het vastlopen van de onderhandelingen dus een forse tegenvaller. Scholen moeten vanaf nu sterk rekening houden met onverkorte invoering van de ketenregeling èn scholen zullen een aanzienlijk bedrag kwijt zijn aan te betalen transitievergoedingen.

Hoe dit alles zo gekomen is zal voor de mensen die niet aan de onderhandelingstafel hebben gezeten altijd wel onduidelijk blijven. De PO-raad meldt dat de vakbonden geen reële eisen hebben gesteld, de vakbonden betichten de PO-raad van rigide gedrag. Hoe het ook zij, de scholen zullen voorlopig moeten leven met de gevolgen van het mislukken van de onderhandelingen.

Voor vragen en advies kunt u contact opnemen met: mr Renate van der Velde-Buist (r.vandervelde@concent.nl, 06-37178113)