Nieuws

Financiën in het PO

Uit de analyse van uiteenlopende gegevens met betrekking tot de financiële situatie in de sector primair onderwijs komt het beeld naar voren dat de bekostiging tot en met 2009 de ontwikkelingen van de salariskosten per formatieplaats goed volgt. Toch geven sommige besturen aan dat zij niet uitkomen met het geld dat zij van de rijksoverheid ontvangen. Tekorten in het boekjaar 2009 blijken te zijn ontstaan doordat schoolbesturen meer personeel per leerling inzetten. Minister Van Bijsterveldt schrijft dit in een brief die op 26 april 2011 aan de Tweede Kamer is gestuurd. 
Schoolbesturen leggen elk jaar verantwoording af over hun bestedingen in het jaarverslag. Onderdeel daarvan is de jaarrekening. Op basis van de jaarrekeningen is iets te zeggen over de vermogenspositie van schoolbesturen en de reserves die zij hebben. De rijksbijdrage is de belangrijkste bron van inkomsten van een schoolbestuur (meer dan 90% van de totale baten). De belangrijkste lasten bestaan uit de kosten voor het personeel (meer dan 80%). Een negatief resultaat gedurende één of enkele jaren hoeft niet verontrustend te zijn, ook al leidt dit tot vermindering van reserves. Als het resultaat over een langere periode negatief blijft, kan een bestuur wel in problemen raken. 
Personeelskosten
Het aantal formatieplaatsen in de sector PO is in de periode 2006-2009 gestegen met 3,2 procent. Het aantal leerlingen is gestegen met 0,1 procent. Een deel van de stijging is te verklaren door een verschuiving van leerlingen van het basisonderwijs naar het speciaal onderwijs, waar het aantal leerlingen per formatieplaats veel lager ligt. Het aantal formatieplaatsen in het basisonderwijs is gestegen met 1,7 procent, terwijl het aantal leerlingen gelijk is gebleven. Deze extra formatie kost ongeveer €100 miljoen. Schoolbesturen bepalen zelf hoeveel personeel zij willen inzetten. Als het bestuur er bewust voor kiest om meer personeel in dienst te hebben om overtollig geld te investeren in beter onderwijs, dan is het geen probleem. Maar als het bestuur zich niet realiseert dat er tekorten ontstaan door de inzet van meer personeel, zijn er grote financiële risico’s. De minister is van oordeel dat het belangrijk is de financiële deskundigheid bij schoolbesturen te versterken. Op dit moment is nog niet na te gaan of de indexering van de personele bekostiging in 2010 en 2011 toereikend is.
Materiële bekostiging
In de lumpsum zit, naast het geld voor de personeelskosten, een budget voor de materiële kosten. Elke vijf jaar wordt onderzocht hoe het geld voor de materiële instandhouding wordt besteed en of scholen ermee uitkomen. In de evaluatie over de periode 2006-2009 is gekeken naar de kosten van onderhoud van gebouwen, energiekosten, onderwijsleerpakketten, inventaris en apparatuur en kosten van beheer en bestuur. Het onderzoek laat zien dat er een tekort is van 4 procent op de materiële bekostiging; dit komt neer op 0,37 procent op de hele bekostiging. De minister is niet in de positie om dit bedrag te compenseren.
Bron: www.rijksoverheid.nl