Nieuws

Financieel beeld funderend onderwijs

In 2010 hebben schoolbesturen voor het primair en voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs meer geld aan onderwijs uitgegeven. Hun lasten gaan gemiddeld de baten te boven. Minister Van Bijsterveldt schrijft in haar brief aan de Tweede Kamer van 22 december 2011 dat deze ontwikkeling zich het sterkst voordoet in het primair onderwijs. Het negatieve saldo wordt voor een deel beperkt door de netto financiële baten, maar ook die nemen af.

Daling eigen vermogen
Lasten die de baten overstijgen leiden logischerwijs tot een daling van het eigen vermogen en van het aandeel van het eigen vermogen in het totaalvermogen. Deze daling van het eigen vermogen wordt in 2010 deels gecompenseerd, doordat de voorzieningen voor de BAPO zijn vrijgevallen ten gunste van het eigen vermogen. Lasten die de baten overstijgen leiden ook tot afnemende financiële activa, waardoor de netto financiële baten weer verder zullen dalen. De jaarcijfers laten een stijging van de materiële activa zien. Materiële activa bestaan uit duurzame goederen die meerdere jaren meegaan, zoals meubilair en leermiddelen en soms ook gebouwen en terreinen.

Overigens is er in elke sector nog altijd een zeer grote groep instellingen die relatief gunstig scoort. De relevante kengetallen geven aan dat zij niet in de gevarenzone verkeren en mogelijk nog ruimte hebben om te investeren in het onderwijs. Of dat echt zo is, kan alleen met maatwerk worden vastgesteld. Beide ontwikkelingen – toenemende bestedingen en een daling van het eigen vermogen van instellingen – zijn overigens al enkele jaren zichtbaar. Op de langere termijn zullen de schoolbesturen ervoor moeten zorgen dat hun lasten beperkt blijven tot maximaal hun baten.

Maatregelen
Om beter de vinger aan de pols te kunnen houden bij de financiële ontwikkelingen in het PO, heeft de minister in september 2011 een monitor aangekondigd waarin actuelere cijfers zullen staan. Deze monitor is eind 2012 gereed. Daarnaast wil de minister bij het bevorderen van de financiële deskundigheid van besturen, extra aandacht vragen voor krimpregio’s en scholen met dalende leerlingaantallen. Tot slot komen er speciale teams voor scholen die op financieel gebied ‘zeer zwak’ zijn, zodat deze scholen hun financiën snel weer op orde kunnen krijgen.
Bron: www.rijksoverheid.nl