Nieuws

Duidelijkheid BTW-vrijstelling detachering onderwijzend personeel?

In diverse media heeft u kunnen lezen dat het uitlenen van onderwijzend personeel door de ene aan de andere school voortaan is vrijgesteld van BTW. Dat heeft Staatssecretaris J.C. de Jager van Financiën op basis van rechterlijke uitspraken van het Hof te Den Haag in de zaak Horizon College in januari en maart bepaald. De uitspraak is door de Staatssecretaris samengevat en vervolgens toegelicht aan de Tweede Kamer. Belangrijk is om hierbij aan te tekenen dat scholen bij het detacheren van personeel wel aan bepaalde criteria moeten voldoen om btw-heffing te voorkomen. Deze zijn opgenomen in de bijlage bij de brief aan de Tweede Kamer d.d. 16 juli 2009.
Staatssecretaris De Jager wil hiermee bereiken dat het zowel voor de onderwijssector als de Belastingdienst volkomen duidelijk is in welke gevallen het detacheren van onderwijzend personeel is vrijgesteld van BTW. Ook wil hij voorkomen dat de onderwijssector onnodig belast wordt met de gevolgen van het onderling uitlenen van onderwijzend personeel in het kader van de btw-heffing. De brief en de bijlagen kunt u vinden op diverse plaatsen op internet.

Omdat deze vrijstelling dus niet geheel vanzelfsprekend is en omdat wij hier veel vragen over krijgen, willen wij u hierbij in het kort op de hoogte stellen van deze criteria, nadere uitwerking hiervan vindt u in de genoemde brief met bijlage:

Het uitlenen (detacheren) van onderwijzend personeel is vrijgesteld van BTW als de detachering:
1. plaatsvindt door een onderwijsinstelling aan een andere onderwijsinstelling;
2. onontbeerlijk is voor het verlenen van onderwijs door de inlenende onderwijsinstelling. Daarvan is sprake als de detachering van zodanige aard of kwaliteit is dat zonder terbeschikkingstelling de gelijkwaardigheid van het onderwijs wat betreft niveau en kwaliteit bij de inlenende onderwijsinstelling niet is verzekerd;
3. de detachering er niet in hoofdzaak toe strekt extra opbrengsten te verkrijgen met prestaties die worden verricht in rechtstreekse mededinging met commerciële ondernemers die aan de heffing van BTW zijn onderworpen.

Hoewel deze criteria wellicht vanzelfsprekend lijken, is dit niet helemaal het geval. Een paar kanttekeningen bij de genoemde punten:

1. een schoolvereniging is volgens haar statuten niet altijd een onderwijsinstelling, dit kan inhouden dat het uitlenen van personeel vanuit centraal niveau niet mogelijk is;
2. het sec. uitlenen van boventallig personeel voldoet bijvoorbeeld niet altijd aan dit criterium;

  • het gedetacheerde onderwijzend personeel heeft een op de Wet beroepen in het onderwijs gebaseerde (strenge) sollicitatie, dan wel selectieprocedure gevolgd;- het gedetacheerde onderwijzend personeel wordt bijgeschoold door de uitlenende onderwijsinstelling en wordt in hun ontwikkeling gevolgd door middel van functioneringsgesprekken om het kwaliteitsniveau te behouden.

3. De staatssecretaris is van mening dat aan het dit criterium is voldaan als:
  •  het detacheren van onderwijzend personeel een bijkomende activiteit is van de uitlenende onderwijsinstelling, waarbij het onderwijzend personeel dat naar verwachting niet kan worden ingezet voor de primaire onderwijsactiviteit wordt gedetacheerd, bijvoorbeeld bij boventalligheid of als onderwijzend personeel wordt uitgeleend in het kader van een gezamenlijk onderwijsproject;
  • het aantal uitgeleende leerkrachten - dus – gering is ten opzicht van het aantal leerkrachten bij de uitlenende instelling;
  • alleen de brutoloonkosten worden doorberekend die de uitlenende onderwijsinstelling maakt voor het gedetacheerde onderwijzend personeel.