Nieuws

De bestemmingsbox

Met ingang van het schooljaar 2010-2011 wordt de bestemmingsbox ingevoerd. Met de  bestemmingsbox ontvangt u lumpsumgeld met een specifiek doel. Deze doelen hebben vooral een innovatief karakter. Het gaat dan om richting te geven aan nieuw beleid. U ziet waar u het geld voor hebt ontvangen, bijvoorbeeld het versterken van het taal- en rekenonderwijs, maar u bent niet verplicht het geld daar ook aan te besteden. Het blijft lumpsumgeld, dus u houdt bestedingsvrijheid. Wel wordt u gevraagd een bewuste afweging te maken. Wat gaat u doen om het doel te bereiken? Hoe gaat u dat doen? Welke middelen zet u daarvoor in?
 
Als schoolbestuurder of schoolleider kunt u steeds meer zelf bepalen hoe u goed onderwijs geeft. Bij het stellen van onderwijskundige doelen, bij het bepalen van inhoudelijke prioriteiten, hoort de inzet van middelen. Hoeveel leraren en ander personeel zijn er nodig? Hoeveel geld voor leermiddelen? Kortom bij beleid hoort ook geld. Daarmee is het opstellen van een begroting geen financieel-technische operatie. Het gaat bij begroten om het maken van onderwijsinhoudelijke keuzes. De vraag is daarbij aan de orde wat u wilt bereiken met de kinderen op school. Hoe u omgaat met achterstand. Wat u doet om het taal- en rekenonderwijs te verbeteren. Gaat u daar extra in investeren en hoeveel dan? Wat kunt u niet doen als u extra geld in rekenonderwijs stopt? Dat is begroten en dus is begroten vooral een zaak van onderwijsinhoudelijke deskundigen en daarnaast een zaak van financiële deskundigen.

In 2006 is lumpsumbekostiging ingevoerd in het primair onderwijs. Daarmee zijn de schotten tussen de verschillende budgetten weggevallen. U heeft daardoor meer mogelijkheden gekregen om zelf uw prioriteiten te stellen. Omdat lumpsumbekostiging in het primair onderwijs nog maar kort geleden is ingevoerd, zal een bewuste afweging van financiële prioriteiten, gebaseerd op onderwijskundige doelen, nog geen gemeengoed zijn. Dat blijkt ook uit onderzoek.

Bewust begroten
Als schoolbestuurder maakt u beleid om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en de overheid doet dat ook vanuit zijn verantwoordelijkheid. Zo heeft de overheid in de afgelopen jaren gewerkt aan de verbetering van het taal- en rekenonderwijs, het terugdringen van zwak onderwijs, verbetering van het binnenmilieu, etc. Een van de instrumenten die de overheid heeft is het geven van een subsidie. Subsidies kennen meestal een voorgeschreven besteding. Daarmee is zeker dat het geld in overeenstemming met de bedoeling wordt gebruikt. Aan de andere kant beperkt het uw bestedingsvrijheid en daarmee de mogelijkheid om zelf uw prioriteiten te stellen. Dat is niet altijd de goede weg. Daarom is gezocht naar een nieuw instrument om met geld richting te geven aan het beleid. De bedoeling van het instrument is dat u zich bewust bent waarom de overheid het geld verstrekt, dat u bij het begroten een bewuste afweging maakt hoe u het geld besteedt en dat tot slot de overheid van u hoort wat u met het geld heeft gedaan. Zo is de bestemmingsbox tot stand gekomen, als een instrument om richting te geven aan het beleid en om een bewuste afweging van prioriteiten te stimuleren.

Informatieverstrekking
In de bestemmingsbox, zit geld met een bepaalde bestemming. In de lumpsumbeschikking wordt het toegekende geld, met de beleidsbestemming afzonderlijk zichtbaar gemaakt. De bedoeling is dat u afweegt wat u met het geld doet. In het jaarverslag geeft u het resultaat van die afweging weer. Het gaat om een lichte vorm van informatievoorziening, niet om een verantwoording. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de administratie hiervoor wordt aangepast en dat de accountant de informatie gaat controleren. Om het zo eenvoudig mogelijk te maken, wordt door DUO (CFI) voor de informatieverstrekking een apart formulier gemaakt, waarop al staat hoeveel geld u voor welk doel via de bestemmingsbox heeft ontvangen.

Op basis van de verstrekte informatie vindt geen afrekening plaats. De bedoeling is dat u voor uzelf nagaat hoe u het geld wilt gaan besteden en of de besteding ook overeenkomstig de bedoeling heeft plaatsgevonden. De informatie over de besteding in het jaarverslag, maakt het de overheid mogelijk op macroniveau na te gaan of de extra middelen ook overeenkomstig het doel zijn besteed. Die informatie kan nuttig zijn om na te gaan of de bestemmingsbox voor een bepaald doel, bijvoorbeeld versterking van het taal- en rekenonderwijs, een goed instrument is om richting te geven aan het beleid.

Vooral innovatief
De bestemmingsbox is voor de overheid in de eerste plaats een instrument om richting te geven aan nieuw beleid. Het gaat dus primair om innovatieve middelen. Daarnaast kan het in uitzonderingsgevallen nuttig zijn om bestaand beleid en de middelen die u daarvoor ontvangt opnieuw onder de aandacht te brengen. Dan worden bestaande lumpsummiddelen tijdelijk in de bestemmingsbox ondergebracht. Zo blijven bijvoorbeeld de achterstandsmiddelen die tijdelijk in de bestemmingsbox zijn ondergebracht, deel uitmaken van de lumpsumbekostiging. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat telkens opnieuw delen van het lumpsumbudget met een label in de bestemmingsbox worden geplaatst, waardoor het budget een lappendeken van bestemmingen wordt, met telkens nieuwe informatievragen. Daarom is met de bestuurlijke partners een zorgvuldige procedure afgesproken.

Omvang van de middelen
De bestemmingsbox gaat komend schooljaar (2010-2011) van start. De bestemmingsbox kent in het komende schooljaar twee budgetten: middelen voor de verduurzaming van taal en rekenen en de middelen ter bestrijding van achterstand. Voor versterking van het taal- en rekenonderwijs is in het schooljaar 2010-2011 €24 miljoen beschikbaar. Voor de bestrijding van onderwijsachterstanden gaat het om de ca. €450 miljoen die nu al in de lumpsum is opgenomen.

Taal en rekenen
Goede beheersing van taal en rekenen vormt voor alle leerlingen de basis van een succesvolle schoolcarrière en daarmee voor hun verdere loopbaanontwikkeling. Uit internationale vergelijkingen van onderwijsresultaten blijkt dat taal- en rekenprestaties in Nederland achterblijven bij prestaties in andere landen. Om scholen in staat te stellen de leerprestaties voor taal en rekenen te verbeteren zijn extra middelen beschikbaar. Vanuit de verwachting dat meer opbrengstgericht werken door scholen leidt tot structurele verbetering van de taal- en rekenprestaties, worden de middelen hiervoor toegekend. Het zijn lumpsummiddelen die bedoeld zijn voor ‘extra activiteiten’. Gedacht kan worden aan de inkoop van externe begeleiding van taal- en rekenverbetertrajecten, de follow-up van lopende verbetertrajecten, trajecten voor opbrengstgericht werken op taal en rekenen en de inkoop van (extra) professionaliseringsprogramma’s op het gebied van opbrengstgericht werken en taal en rekenen.

Onderwijsachterstanden
Ook nu ontvangen scholen middelen ter bestrijding van onderwijsachterstanden via de lumpsum op basis van de gewichtenregeling. Maar omdat er geen verantwoording wordt gevraagd, blijft onduidelijk hoeveel wordt besteed aan onderwijsachterstand. Daarom wordt met deze regeling aan het bevoegd gezag gevraagd gegevens beschikbaar te stellen over de besteding van de onderwijsachterstandsmiddelen. Bij de informatie over de bestemmingsbox worden bij de inkomsten de middelen weergegeven die voor gewichtenleerlingen worden ontvangen. Bij de uitgaven voor bestrijding onderwijsachterstanden kan aan de volgende onderwerpen worden gedacht: kleinere groepen, individuele begeleiding van leerlingen, meer onderwijstijd voor groepen, inzet van niet-onderwijzend personeel, of extra materiële uitgaven.

Tot slot
Zoals aangegeven: het is niet de bedoeling dat de bestemmingsbox leidt tot administratief gedoe, het gaat om het zichtbaar maken van verstrekt geld en om een bewuste inhoudelijke afweging van de besteding van het geld. Voor alle onderdelen is het voldoende de geschatte uitgaven op te nemen in het jaarverslag. Informatie over de regeling vindt u op de website van DUO-CFI. Bron: www.rijksoverheid.nl