Nieuws

Compensatie transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid

Jaargang 2019, nummer 4, 3 september 2019

Op 10 juli 2018 is de wet (Staatsblad 2018, 234) aangenomen die compensatie regelt voor de transitievergoeding die werkgevers moeten betalen bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van werknemers bij ziekte of langdurige arbeidsongeschiktheid. In dit artikel gaan we in op de vraag of, en zo ja, op welke wijze onderwijsinstellingen in de jaarrekening 2018 rekening moeten houden met deze compensatie.

Wat houdt de wet in?
Met de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) per 1 juli 2015 is een transitievergoeding door werkgevers verschuldigd als een arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt beëindigd. Deze transitievergoeding is ook verschuldigd als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd omdat de werknemer de arbeid als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid niet langer kan verrichten en herplaatsing in andere passende arbeid niet mogelijk is. Het verschuldigd zijn van een transitievergoeding na een ontslag wegens langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt vaak als onrechtvaardig ervaren omdat de werkgever voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband gedurende twee jaar het loon tijdens de ziekte of arbeidsongeschiktheid heeft doorbetaald. Het UWV komt werkgevers op basis van wettelijke bepalingen tegemoet en compenseert voor de betaalde transitievergoeding en de eventueel daarop in mindering gebrachte transitie- en inzetbaarheidskosten.

In het nieuwe artikel 7:673e BW is een compensatiebepaling opgenomen ten aanzien van de uitgekeerde transitievergoeding bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De werkgever kan vanaf 1 april 2020 bij het UWV een verzoek indienen voor een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding die de werkgever heeft betaald bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, indien deze is beëindigd vanwege het feit dat de werknemer wegens ‘ziekte of gebreken’ niet meer in staat was om de overeengekomen arbeid te verrichten. Deze compensatie kan zowel worden aangevraagd voor de transitievergoeding die verschuldigd is bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, als voor de vergoeding die de werkgever heeft betaald bij een beëindiging met wederzijds goedvinden. De compensatie kan echter niet hoger zijn dan de wettelijke transitievergoeding die is verschuldigd als de werknemer twee jaar ziek is. De wet zal in werking treden op 1 april 2020. Vanaf 1 april 2020 kunnen aanvragen bij het UWV worden ingediend. Ook ten aanzien van arbeidsovereenkomsten die voor 1 april 2020 – maar na 1 juli 2015 – zijn beëindigd kan compensatie verkregen worden. De aanvraag voor deze ‘oude gevallen’ dient uiterlijk 30 september 2020 ingediend te zijn.

Gevolgen voor de jaarrekening 2018
Doordat de vergoedingen met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 zullen worden toegekend, is de vraag of, en zo ja, op welke wijze in de jaarrekening 2018 met deze vergoedingen rekening moet worden gehouden. Met name bij rechtspersonen met een omvangrijk personeelsbestand, zoals onderwijsinstellingen, kunnen de vergoedingen materieel zijn. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding moet de rechtspersoon in 2020 een aanvraag indienen waarin de werkgever aannemelijk maakt dat recht bestaat op compensatie. Het UWV zal hiervoor een aanvraagformulier beschikbaar stellen waaruit blijkt welke informatie de werkgever moet aanleveren. Op dit moment zijn het aanvraagformulier en de exacte voorwaarden nog niet bekend. In de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel wordt gesproken over:
‘het aanleveren van de arbeidsovereenkomst van de betreffende werknemer, de beschikking waaruit blijkt dat UWV toestemming heeft verleend voor opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid of de beschikking van de kantonrechter waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomst om die reden is ontbonden of de beëindigingsovereenkomst die ziet op het (na ommekomst van de periode van het opzegverbod tijdens ziekte) met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. UWV kan dit laatste verifiëren aan de hand van de (eigen) beschikking betreffende de aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA-uitkering). Bij het ontbreken daarvan zal van de werkgever worden verlangd dat een verklaring van de bedrijfsarts wordt overgelegd waaruit blijkt dat aan deze voorwaarde wordt voldaan.’ 

Het UWV zal de aanvraag beoordelen en beslissen of de werkgever aan alle voorwaarden heeft voldaan.

Voor de beoordeling of een vordering in de jaarrekening 2018 kan worden opgenomen dient de rechtspersoon te beoordelen of hij aan de voorwaarden – zoals opgenomen in de Memorie van toelichting - voor het ontvangen van vergoeding voldoet, en of hij de omvang van de vergoeding betrouwbaar kan vaststellen. Wanneer het waarschijnlijk is dat de vergoeding zal worden ontvangen, dient de rechtspersoon naar analogie van RJ 252.311 een vordering in de jaarrekening 2018 op te nemen. De vergoeding dient als een afzonderlijke actiefpost te worden opgenomen, en dient niet hoger te zijn dan het bedrag van de wettelijke transitievergoeding.

Bron: Rijksoverheid