Nieuws

Bekostigingssystematiek achterstandenbeleid

De middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid van scholen en gemeenten zullen ook in 2018 verdeeld worden op basis van de huidige regelingen. Dit is de boodschap van de brief die staatssecretaris Dekker op 30 mei 2017 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De komende periode wordt benut voor het verder uitwerken van nieuwe bekostigingssystematieken. Dit gebeurt op basis van een nieuwe indicator, waarmee het risico op een onderwijsachterstand beter kan worden voorspeld.

Het CBS heeft een nieuwe indicator ontwikkeld die de doelgroep van het achterstandenbeleid op een objectievere en meer verfijnde manier kan definiëren. Tevens zal het gebruik van deze indicator de administratieve lasten van scholen sterk verminderen, omdat hij gebaseerd is op centraal geregistreerde data. Het is voor scholen niet meer nodig om het opleidingsniveau van de ouders uit te vragen, zoals in de huidige situatie.

Pas op de plaats
De volgende stap is het ontwikkelen van een nieuwe bekostigingssystematiek met deze verbeterde indicator als uitgangspunt. Er is echter op dit moment onvoldoende draagvlak om een nieuwe systematiek per 2018 in te voeren. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de PO-Raad hebben zorgen over de herverdeeleffecten van een nieuwe bekostigingssystematiek en over de omvang van het beschikbare budget. De kwaliteit van de nieuwe indicator staat hierbij niet ter discussie. Gezien het standpunt van de PO-Raad en de VNG en de demissionaire status van het kabinet, kiest de staatssecretaris van OCW ervoor om pas op de plaats te maken en in 2018 nog de huidige bekostigingssystematieken te blijven hanteren.

Gewichtenregeling en impulsregeling
Voor scholen houdt dit in dat in het schooljaar 2018-2019 de bekostiging van het onderwijsachterstandenbeleid gebaseerd blijft op de huidige gewichtenregeling en de impulsregeling. Voor gemeenten betekent dit dat de huidige specifieke uitkering verlengd zal worden. Daarbij wordt de ramingsbijstelling, waartoe besloten is bij de OCW-begroting 2016, nagenoeg evenredig over alle gemeenten verdeeld. Twee onderdelen worden niet geraakt door de ramingsbijstelling. Dat is in de eerste plaats de extra €5 miljoen die sinds dit jaar in de begroting is opgenomen voor kwaliteitsverbetering in de kleinere gemeenten. Ten tweede zijn dit de extra middelen die kleine gemeenten ontvangen voor de scholing en toetsing van beroepskrachten in de voorschoolse educatie in het taalniveau 3F.

Bron: www.rijksoverheid.nl