Inloggen AFAS Online via SMS stopt vanaf 1-1-2022

Het inloggen met twee-factorauthenticatie op AFAS Online via SMS stopt met ingang van 1 januari 2022. Dat heeft AFAS op de afgelopen AFAS open aangekondigd. 

De reden van deze wijziging is dat sms als tweede factor voor het inloggen niet de veiligste keuze is. SMS wordt door veel partijen nog gebruikt als tweede factor, maar in de berichtgeving rond security komt naar voren dat hier risico’s aan kleven. Zo is inloggen met SMS kwetsbaar voor onderschepping. 

Wanneer nog gebruik gemaakt wordt van inloggen door middel van SMS, dan adviseren wij om over te stappen naar inloggen via de AFAS Pocket. Met deze app kan op een veilige en snelle manier ingelogd worden. 

Op https://klant.afas.nl/inlogmethode-wijzigen is een stappenplan te vinden waarmee de overstap van SMS naar AFAS Pocket gemaakt kan worden. De gebruikers, die op dit moment nog gebruik maken van het inloggen via SMS, zullen pro-actief benaderd worden door AFAS met de instructie voor het overstappen naar de AFAS Pocket.

Kijk ook op onze website voor veel gestelde vragen: https://www.concenttest.nl/afas/

ABP verwacht premieverhoging in 2022

De premie van het ouderdoms- en nabestaandenpensioen van ABP stijgt in 2022 naar verwachting van 25,9% naar 27,4% (de loonkosten stijgen hierdoor naar verwachting met circa 0,6%). Pensioenen zijn namelijk aanmerkelijk duurder geworden. Dit komt door de lagere verwachte beleggingsopbrengsten en de lage rente. Hierdoor is een premiestijging noodzakelijk. Eind november hoort u wat de definitieve premie wordt voor volgend jaar.

Waarom stijgt de pensioenpremie?
Het bestuur van ABP kijkt vanuit een meerjarenperspectief naar de premie. De premiestijging is al eerder bekend gemaakt. In het voorjaar 2020 heeft ABP besloten het verwachte rendement in 3 jaar stapsgewijs te verlagen; van 2,8% naar 2,0% in 2023. De sociale partners hebben besloten om de pensioenregeling in 2022 niet aan te passen. Doordat het verwachte rendement naar beneden is bijgesteld én het opbouwpercentage gelijk blijft in 2022, is meer premie nodig om de pensioenen te financieren. Daardoor stijgt de pensioenpremie.

De verwachte premiecijfers 2022
De premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen (OP/NP) stijgt naar verwachting van 25,9% naar 27,4%. De premie voor het ABP arbeidsongeschiktheidspensioen stijgt gemiddeld van 0,84% naar 1,02%. Deze premies worden door werkgevers en werknemers samen betaald (70% resp. 30%). De VPL-premie blijft in 2022 gelijk aan 3,0% van de gehele loonsom. De werknemersbijdrage voor de VPL-regeling wordt verwerkt in de OP/NP-premie en deze bedraagt 0,15% . Voor een werknemer met een bruto maandinkomen van € 3.500 is de totale premieverhoging € 9 netto per maand vanaf januari 2022.

Premie OP/NP stijgt verder in 2023
Het bestuur van ABP bekijkt de premie vanuit een meerjarenperspectief. Omdat het verwachte rendement in 3 jaar in stapjes naar beneden gaat, zal – op basis van de huidige uitgangspunten – naar verwachting de premie voor het OP/NP ook in 2023 stijgen. Pensioenen worden op basis van de huidige regeling steeds duurder. Op 31 december 2022 eindigt de VPL-regeling. De pensioenen uit de VPL-regeling zijn voorwaardelijk. Vanaf 31 december 2022 vervalt deze voorwaardelijkheid en is er in 2023 geen VPL-premie meer van toepassing.

Verkenning meerjarige premiepad
De sociale partners hebben het bestuur van ABP gevraagd om een gezamenlijke verkenning uit te voeren voor stabiel(er) premiepad voor de periode 2022-2025. Deze verkenning zal de komende maanden plaatsvinden. Afhankelijk van de uitkomsten van deze verkenning kan dit van invloed zijn op de hoogte van de definitieve premie voor het OP/NP in 2022 (27,4%). De uitkomsten van de verkenning worden meegenomen in het besluitvormingsproces rondom de vaststelling van de definitieve premie.

Definitieve premie in het najaar
Het definitieve besluit over de premie van 2022 wordt – zoals ieder jaar – eind november genomen, na advies van het verantwoordingsorgaan van ABP.

Tweede ronde subsidieregeling ventilatie gepubliceerd

De zogenaamde SUViS-regeling voor de verbetering van ventilatie op scholen is gepubliceerd in de Staatscourant. Aanvragen kunnen worden gedaan van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022. De subsidieregeling kent een aantal knelpunten en is geen oplossing voor de aanpak van slechte en verouderde schoolgebouwen. 

Het subsidieplafond wordt hiermee met 100 miljoen euro opgehoogd naar 200 miljoen euro. Hier hadden Tweede Kamerleden Liza Westerveld (GroenLinks) en Attje Kuiken (PvdA) op aangedrongen via een motie. Minister Arie Slob heeft vorig jaar 360 miljoen euro toegezegd voor de verbetering van ventilatie op scholen. De regeling waarmee de laatste 160 miljoen euro beschikbaar komt, wordt nog uitgewerkt.

De belangrijkste punten van deze subsidieregeling op een rij:

  • Alle 238 aanvragen die afgewezen waren doordat de oorspronkele SUViS-regeling uitgeput was, kunnen nu toegekend worden, mits ze aan de aanvraagvoorwaarden voldoen.
  • Aanvragen kunnen worden gedaan tussen 1 oktober 2021 en 31 januari 2022.
  • De uitvoeringstermijnen worden verlengd op aandringen van de  PO-Raad, ook voor aanvragers van de eerste ronde van de subsidieregeling. Schoolbesturen gaven aan dat de start- en einddatum voor de uitvoering van de projecten niet haalbaar waren. De uitvoering van projecten moeten voor 1 augustus 2022 starten en voor 1 september 2024 afgerond zijn.
  • Het Rijk financiert 30% van de kosten, schoolbesturen en gemeenten moeten zorgdragen voor de overige 70%.
  • De subsidieregeling is alleen gefocust op ventilatie

Meer informatie over de regeling vind je hier.

Bron: PO-Raad

Onbelast vergoeden reiskosten verlengd tot en met 31 december 2021

De coronanoodmaatregel voor de onbelaste vaste reiskostenvergoeding is door het demissionaire kabinet verlengd tot en met 31 december 2021. Hierdoor kunnen werkgevers nog het hele jaar de bestaande vaste reiskostenvergoedingen onbelast aan hun medewerkers blijven vergoeden, ook al maken de medewerkers deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig). De voorwaarde dat deze vergoeding al vóór 13 maart 2020 werd toegekend door de werkgever geldt nog steeds.

Uitwerking arbeidsmarkttoelage achterstandsscholen bekend

Coronavirus (COVID-19)Werkgeverszaken
Schoolorganisaties met vestigingen met veel achterstandsproblematiek krijgen extra bekostiging ten behoeve van de arbeidsmarkttoelagen voor onderwijspersoneel. Dat heeft minister Arie Slob op 24 augustus aangekondigd. Het gaat om scholen die te maken hebben met veel uitdagende leerlingen en een extra groot risico op achterstanden.

Op de website van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is te vinden welke vestigingen in aanmerking komen voor de arbeidsmarkttoelage en om welke bedragen aan bekostiging het gaat. Daar zijn tevens antwoorden op veelgestelde vragen te vinden.

Het kabinetsbesluit betreft een eenmalige investering voor de duur van twee jaar voor een beperkt aantal scholen (ongeveer 15%). Eerder hebben VO-raad, PO-Raad en vakbonden hier bezwaren tegen gemaakt. Met als belangrijkste argument dat de geschetste (arbeidsmarkt)problematiek structureel van aard is en zich uitstrekt over de gehele sector. Daarom zijn structurele en generieke investeringen nodig.

De aankondiging van Slob volgt op het voor de zomer genomen Kabinetsbesluit om voor de komende twee schooljaren in totaal 375 miljoen euro beschikbaar te stellen voor specifieke arbeidsmarkttoelagen in het primair en voortgezet onderwijs. Het kabinet beoogt hiermee om, zoals de minister dat noemt, scholen met een uitdagende leerlingpopulatie beter in staat te stellen goede medewerkers te behouden en aan te trekken. Volgens de berekeningen van OCW is het mogelijk om gemiddeld een arbeidsmarkttoelage van 8% toe te kennen met een minimum van 5%. 

Richtlijn
Voor het toekennen van arbeidsmarktoelagen zijn afspraken nodig met de PGMR. Toen OCW aangaf dat zij ondanks bezwaren, zouden doorgaan met deze regeling, hebben PO-Raad en VO-raad hiervoor een richtlijn opgesteld. De richtlijn is vooral bedoeld als praktisch hulpmiddel om deze afspraken op het niveau van school of schoolbestuur met de medezeggenschapsorganen te maken. 

Bron: PO-Raad

Vanuit Concent zullen wij die schoolorganisaties die in aanmerking komen voor de arbeidsmarkttoelagen per brief nader informeren over het proces van feitelijke toekenning en uitbetaling van de arbeidsmarkttoelagen en ook de verantwoording over de uitputting van de middelen die hiervoor specifiek worden verstrekt. 

Deel ophoging personele lumpsum wordt ingezet voor nieuwe cao

Onlangs zijn de definitieve regeling bekostiging personeel 2020-2021 en de 2e regeling bekostiging personeel 2021-2022 gepubliceerd. De ophoging van de bedragen in deze regelingen is voornamelijk het gevolg van de indexatie van de personele bekostiging op grond van de referentiesystematiek. De indexatie is bedoeld om stijgingen van personele kosten in 2021 te dekken.

Voor een belangrijk deel komen stijgingen in de personele kosten voort uit afspraken die de PO-Raad nog met de vakbonden gaat maken in een cao voor het verbeteren van arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Schoolorganisaties moeten er rekening mee houden dat de personele kosten bij een nieuwe cao met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 zullen toenemen. 

Lees meer hierover op mijnporaad.nl (alleen voor schoolorganisaties die zijn aangesloten bij de PO-Raad) of raadpleeg uw financieel adviseur.

Bron: PO-Raad

Pagina ‘Verzuimstatistiek’ uitgebreid

Vanuit de persoonlijke pagina kunnen verzuimkengetallen worden geraadpleegd vanuit de link ‘Verzuimstatistiek’. Aan deze pagina hebben wij het kengetal ‘Gemiddelde verzuimduur’ toegevoegd. Dit kengetal wordt berekend op basis van de duur van het verzuim van de in het kalenderjaar beëindigde verzuimgevallen gedeeld door het aantal beëindigde verzuimgevallen in het huidige kalenderjaar. De duur van het ziekteverzuim in het kalenderjaar wordt gewogen berekend naar het aantal dagen van afwezigheid keer het fte-percentage waarbij rekening wordt gehouden met het percentage van afwezigheid.

De gemiddelde verzuimduur is ook beschikbaar naar arbeidsvoorwaardencategorie en leeftijdscategorie. Dit kengetal wordt via drie grafieken weergegeven. Een doorklik op de grafieken geeft zicht op de onderliggende details.

Personeelstekort bedreigt herstelplannen onderwijs

Coronavirus (COVID-19)
Bijna 80% van de schoolbesturen wil de komende twee jaar extra personeel inzetten. Maar 42% van hen weet niet waar ze dat personeel vandaan moeten halen. Uit een ledenpeiling van de PO-Raad blijkt dat het lerarentekort scholen verhindert de middelen van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) in te zetten zoals zij denken dat het effectief is om door corona opgelopen leervertraging in te lopen. ,,Er zijn op heel veel plekken onvervulde vacatures. De nood is hoog in de Randstad, maar ook in heel veel andere regio’s loopt het personeelstekort op. Scholen moeten noodgedwongen improviseren”, zegt Freddy Weima, voorzitter van de PO-Raad. 

Kansen en risico’s NPO 
In de ledenpeiling geven 160 schoolbesturen aan welke NPO-plannen er zijn en welke kansen en risico’s ze zien. Scholen noemen het mooi dat er nu geld voor het onderwijs beschikbaar komt om te investeren in verdere professionalisering van leraren en om al bestaande ambities een extra impuls te geven. Maar onze leden zien ook risico’s: het NPO-geld is incidenteel en moet binnen een twee jaar doelmatig worden uitgegeven. Dat, in combinatie met het lerarentekort, maakt dat ze de ‘boemerang’ van de politiek vrezen. Als het NPO niet kán worden uitgevoerd, ligt het dan aan de randvoorwaarden of aan de uitvoering in de sector?   

Stijgende reserves 
,,Het is mooi dat kabinet bereid is geweest zoveel te investeren in het onderwijs, maar het moet wel in enorm korte tijd worden uitgegeven. Als PO-Raad vrezen we dat dit als een boemerang op het bordje van de schoolbesturen terugkomt”, zegt Freddy Weima, voorzitter van de PO-Raad. ,,Scholen stelden de afgelopen maanden onder grote, opgelegde tijdsdruk een NPO-plan op. Elke school in Nederland heeft mogelijke leervertraging in beeld gebracht en uitgezocht welke interventie het meest effectief is om die in te lopen en de onderwijskwaliteit duurzaam te vergroten. Maar het lerarentekort maakt het de sector simpelweg onmogelijk om het geld doelmatig en effectief uit te geven” 

Hoewel er op dit moment genoeg geld is om de vertragingen in te lopen, ligt de besteding ervan lastig, zeggen de schoolbestuurders. Het gevaar is aanwezig dat de reserves op korte termijn stijgen, waardoor het beeld ontstaat dat het onderwijs geen extra middelen nodig heeft, terwijl structurele investeringen keihard nodig zijn. 

Toenemende kansenongelijkheid 
De personeelstekorten lopen op in heel Nederland en in zowel het regulier als het speciaal onderwijs. Het NPO doet de zorg groeien over toenemende kansenongelijkheid, juist door het geld dat beschikbaar komt in combinatie met het lerarentekort: Scholen met een hoog schoolgewicht (leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben voor onderwijsachterstanden) concentreren zich vaak in bepaalde wijken. Nu voor het uitvoeren van hun NPO-plannen veel scholen extra personeel zoeken, wordt gevreesd voor verplaatsing van leraren, waardoor het lerarentekort in achterstandswijken alleen maar groter wordt. De tijdelijke arbeidsmarkttoelage (voor scholen met veel leerlingen met risico op onderwijsachterstand) is hiervoor geen waterdichte oplossing, omdat deze maar voor twee jaar beschikbaar is. 

Structureel geld voor structurele kwaliteit 
Om het NPO-geld effectief en doelmatig te kunnen inzetten hebben scholen meer tijd nodig. Maar vooral is er structureel geld nodig om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Alleen op die manier kan ook het lerarentekort worden aangepakt: een structureel probleem vergt een structurele oplossing. 

Bron: PO-Raad

Bewijslast bijzondere bekostiging nieuwkomers vervalt per komend schooljaar

De regels voor de bijzondere bekostiging voor nieuwkomers (asielzoekers en overige vreemdelingen) wijzigen. Scholen hoeven vanaf schooljaar 2021-2022 geen bewijsstukken voor de bijzondere bekostiging meer in de leerlingenadministratie op te nemen. OCW heeft dit bekend gemaakt in de tweede regeling bekostiging personeel 2021-2022 voor primair onderwijs (zie artikel 32 tot en met 35 en de toelichting op deze artikelen).

Het vervallen van de bewijslast is doorgevoerd vanwege de privacygevoeligheid van de gevraagde informatie van ouders en leerlingen en om de administratieve lasten bij scholen te beperken.

Er zijn een aantal aandachtspunten:

  • Van scholen wordt nog steeds gevraagd dat ze in de aanvraag bij DUO opnemen hoeveel asielzoekers en overige vreemdelingen (die korter dan 1 respectievelijk 4 jaar in Nederland wonen) er op de school zitten.
  • De definities van ‘asielzoeker’ en ‘overige vreemdeling’ blijven daarbij ongewijzigd. Dat betekent dat deze bekostiging nog steeds alleen aangevraagd mag worden voor leerlingen die binnen deze categorieën vallen. Er hoeven geen bewijsstukken meer verzameld en geregistreerd te worden.
  • De wijziging geldt vanaf het aankomende schooljaar ’21-’22. De regeling van schooljaar ’20-’21 blijft ongewijzigd.
  • Het Ministerie van OCW verkent momenteel de mogelijkheden om de bijzondere bekostiging voor nieuwkomers in de toekomst ambtshalve, dat wil zeggen: geautomatiseerd en zonder aanvraag, toe te kennen.

Kijk voor het laatste nieuws en de bedragen voor de bijzondere bekostiging op de website van LOWAN.

Bron: PO-Raad

Regeling bekostiging personeel 2020-2021 en tweede regeling 2021-2022

Financiën
Het ministerie van OCW heeft de definitieve regeling personele bekostiging gepubliceerd voor het schooljaar 2020-2021. Uit de regeling blijkt dat de personele bekostiging in het primair onderwijs met 3,156% is  toegenomen ten opzichte van de definitieve regeling bekostiging personeel 2019-2020

De belangrijkste wijziging in de definitieve regeling personele bekostiging 2020-2021 is dat hierin de indexering van de personele bekostiging voor het kalenderjaar 2021 is verwerkt. Deze indexering wordt jaarlijks door OCW toegekend voor het compenseren van loonstijgingen en gestegen werkgeverslasten (denk aan premies voor pensioenen, arbeidsongeschiktheid, ziektekosten). Dit betekent dat de toegenomen premiestijgingen per 1 januari 2021 (met name pensioenpremies) kunnen dus worden gefinancierd vanuit deze indexatie van de personele bekostiging.

Cao-afspraken
Het deel van de referentieruimte dat na aftrek van premiestijgingen overblijft is beschikbaar voor loonstijgingen. Met dit percentage worden nog nadere cao-afspraken gemaakt met sociale partners. Dat geldt voor een deel van de referentieruimte van 2021, maar ook over 2020.
Wanneer er een nieuwe CAO komt is nog niet duidelijk, maar schoolbesturen moeten er rekening mee houden dat hierdoor de personele kosten zullen stijgen en dat de bekostiging hiervoor dus al is uitgekeerd. 

Indexatie
De personele bekostiging wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de referentiesystematiek. Deze indexatie is gebaseerd op kalenderjaar, terwijl de personele bekostiging zelf wordt toegekend op schooljaarbasis. Hierdoor vindt deze indexatie als volgt plaats:

  • De  indexatie van 2020 heeft voor 5 maanden betrekking op de personele bekostiging van het schooljaar 2020-2021. Omdat het ministerie van OCW werkt op kasbasis, is dit niet 5/12 maar 0,3455.
  • De  indexatie van 2021 heeft voor 7 maanden betrekking op de personele bekostiging van het schooljaar 2020-2021. Omdat het ministerie van OCW werkt op kasbasis is dit niet 7/12 maar 0,6545.

Lees meer over de referentiesystematiek in: Hoe werkt de indexering van de personele lumpsum?

Tweede regeling bekostiging personeel 2021-2022
De indexatie voor 2021 heeft dus óók effect op de regeling personele bekostiging 2021-2022, immers 5 maanden van dit kalenderjaar vallen binnen dit schooljaar. Dit is verwerkt in de tweede regeling bekostiging personeel 2021-2022, die onlangs ook door het ministerie van OCW is gepubliceerd. Ten opzichte van de eerste regeling bekostiging personeel 2020-2021 is deze alleen hierop aangepast.

Bron: PO-Raad