Uitstel wijziging vaste reiskostenvergoeding verlengd tot 1 juli 2021

Vanaf 1 april 2021 zou de tijdelijke goedkeuring komen te vervallen voor het onbelast kunnen vergoeden van reiskosten. Onlangs heeft het kabinet bepaald dat het vergoeden van de onbelaste reiskostenvergoeding verlengd wordt tot 1 juli 2021, ondanks het reispatroon dat de medewerker heeft. Voorwaarde is nog steeds dat het een vaste reiskostenvergoeding betreft die al vóór 13 maart 2020 door de werkgever werd toegekend.

OCW geeft meer informatie over Nationaal Programma Onderwijs

Coronavirus (COVID-19)
In een brief aan alle schoolbesturen en scholen geeft het ministerie van OCW vandaag meer informatie over het Nationaal Programma Onderwijs na Corona (NPO). Bestuur en school zullen samen moeten komen tot een schoolprogramma. 

Tijdens de persconferentie van gisteren werd maar weer eens duidelijk dat onze samenleving en onderwijs nog niet back to normal zijn en het kost op veel plekken moeite om continuïteit te organiseren. Tegelijkertijd is het goed om vooruit te kijken. Het ministerie geeft in de brief op hoofdlijnen informatie over het tijdpad: de financiën, de verantwoording en monitoring en kennisdeling. Het NPO moet het voor leerlingen die dat nodig hebben mogelijk maken langer, meer en effectievere (onderwijs)tijd te laten krijgen om de impact die de coronacrisis tot nu toe op hun ontwikkeling had, te herstellen en hen weer een goede uitgangspositie te geven.  

Drie stappen tot de zomer 
Er zit een flinke tijdsdruk op het programma en het ministerie verwacht dat scholen tot aan de zomervakantie drie stappen zetten:  

  1. In een schoolscan leggen ze de behoefte op leerling- en schoolniveau vast.
  2. Op basis van de schoolscan kiezen scholen effectieve interventies van een ‘menukaart’, deze komt in april beschikbaar.
  3. Tot slot schrijven scholen een schoolprogramma dat dient als plan van aanpak. 

Bestuurlijke verantwoordelijkheid 
Besturen zijn formeel verantwoordelijk voor de formatieve, financiële en inhoudelijke gevolgen op het gebied van onderwijskwaliteit. Zij ontvangen de middelen van het NPO en komen tot een bestedingsplan in samenspel met team, schoolleider en medezeggenschapsorganen. De analyse vindt plaats op schoolniveau, waarbij schoolleiders de plannen ter instemming voorleggen aan de MR. Zo zijn ook leraren en ouders betrokken. Het werk dat in de klas plaatsvindt staat centraal. Er is ook ruimte voor bovenschools of bovenbestuurlijk aanbod. De verantwoording loopt via het jaarverslag. Van besturen wordt verwacht dat zij de gemeenten informeren zodat die vanuit hun verantwoordelijkheid bijdragen. 

Verdeling middelen nog onduidelijk
 
De brief geeft op hoofdlijnen aan wat de omvang van de beschikbare middelen ongeveer is, maar het is nog onduidelijk hoe die precies verdeeld worden. Voor het schooljaar 2021-2022 is nu de inschatting dat scholen een bedrag van 700 euro per leerling beschikbaar krijgen. Hierin is nog geen rekening gehouden met een hogere bijdrage voor scholen met veel leerlingen met een hoger risico op vertragingen. Ook is er niet gedifferentieerd tussen onderwijstypen. De PO-Raad pleit er nadrukkelijk voor aandacht te hebben voor het gespecialiseerd onderwijs. Daar hebben scholen over het algemeen een lager aantal leerlingen waardoor zij geen vergelijkbare uitgangspositie met het reguliere basisonderwijs hebben bij een gelijk bedrag per leerling.  

De PO-Raad heeft het ministerie op het hart gedrukt op zeer korte termijn duidelijkheid te geven over de precieze bedragen op schoolniveau: De verschillende interventies op de menukaart zullen een eigen prijskaartje hebben, en keuzes hierin voor een schoolprogramma hangen af van het geld dat beschikbaar komt. Ook moet er nog helderheid komen over welke kosten gefinancierd mogen worden uit NPO-middelen, zoals werkeloosheidskosten en kosten voor werving en selectie. Zolang scholen dat alles nog niet weten, is het lastig beslissingen nemen. 

Duurzame verbetering en structurele middelen 
De PO-Raad haalde direct na bekendmaking van het NPO, afgelopen maand, reacties op bij zijn leden en expertgroepen. De aankondiging van het NPO leidde ook tot een eerste advies van ons Impactteam Corona en Onderwijskwaliteit. Over de belangrijkste zorgen en voorwaarden die hieruit naar voren kwamen zijn we met het ministerie in gesprek gebleven. 

Onze sector wil in staat gesteld worden een slag te maken die verder gaat dan herstel van de huidige situatie: besturen en scholen willen het NPO gebruiken voor wezenlijke, langdurige verbetering en ontwikkelingen duurzaam vasthouden. Daar past wat de PO-Raad betreft langdurige en structurele bekostiging bij.  

Om van het NPO een succes te maken moeten scholen en besturen goed en tijdig op de hoogte zijn van wat er precies van hen verwacht wordt. Op www.rijksoverheid.nl/nationaalprogrammaonderwijs staat actuele informatie over het NPO. Het ministerie bouwt nog aan een aparte website waar straks alle benodigde praktische informatie over het Programma te vinden is en waar kennis wordt gedeeld uit de praktijk.

Ondersteuning PO-Raad 
De PO-Raad blijft de verdere uitwerking van het NPO nauwgezet volgen. We ondersteunen onze leden in de komende maanden door hun wensen en dilemma’s op te halen, good practices te delen en te inspireren. Zodat zij maximaal in staat gesteld worden om samen alle kinderen goed onderwijs te bieden en te zorgen dat hun leerlingen de kans krijgen zich te ontwikkelen naar hun potentie.

Bron: PO-Raad

Vrijwillige ouderbijdrage in basis- en voortgezet onderwijs

Scholen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs kunnen ouders om een vrijwillige bijdrage vragen. Bijvoorbeeld voor een schoolreisje of sportdag. Vanaf 1 augustus 2021 moeten alle leerlingen aan deze extra activiteiten kunnen meedoen. Ook als hun ouders niet meebetalen. Voor sponsoring gelden gedragsregels voor de school.

Vrijwillige ouderbijdrage scholen
De vrijwillige ouderbijdrage is een vrijwillige financiële bijdrage van ouders aan de school van hun kind. Het schoolbestuur stelt vast hoe hoog deze bijdrage is. Het schoolbestuur bepaalt ook waaraan de school de ouderbijdrage besteedt. De medezeggenschapsraad van de school moet hiermee instemmen.

Voor het middelbaar beroepsonderwijs gelden andere regels rond de vrijwillige bijdrage.
Scholen besteden de bijdrage aan extra activiteiten buiten het gewone lesprogramma om. Bijvoorbeeld een schoolreisje, kerstdiner of sportdag. Informatie over de hoogte en de besteding van de ouderbijdrage moet in de schoolgids staan.

Vanaf 2021: geen leerlingen meer uitsluiten van extra activiteiten
Vanaf 1 augustus 2021 mogen scholen niet langer leerlingen uitsluiten van uitjes, sportdagen of kerstdiners. Ze mogen een scholier geen gratis alternatieve activiteit aanbieden. Scholen vermelden dit nadrukkelijk in de schoolgids en het schoolplan. 
Dit voorkomt dat leerlingen van ouders die geen vrijwillige ouderbijdrage betalen, niet mee kunnen doen aan de extra activiteiten. Dit geldt ook voor: 

  • bijles;
  • huiswerkbegeleiding;
  • examentraining;
  • langdurige extra activiteiten, bijvoorbeeld tweetalig onderwijs.

Lees meer in de brochure over de wetswijziging en de veel gestelde vragen over de vrijwillige ouderbijdrage vanaf 1 augustus 2021.

Sponsoring in het onderwijs
Scholen of schoolbesturen ontvangen soms ook geld, goederen of diensten van sponsors. Of ze ontvangen giften van ouders of bedrijven. Sponsoring gebeurt in ruil voor een tegenprestatie. Winkels of bedrijven kunnen scholen sponsoren. Bijvoorbeeld met voorlichtingsmateriaal, limonade of fruit voor sportdagen of schoolexcursies. De school vermeldt de sponsor in ruil daarvoor bijvoorbeeld in de schoolkrant. Bij een gift is er geen tegenprestatie.

Sponsoring moet zorgvuldig gebeuren. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft daarom samen met een aantal onderwijsorganisaties gedragsregels opgesteld. Deze gedragsregels staan in het convenant ‘Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring’.

Bron: Ministerie OCW

Nationaal Programma Onderwijs

De huidige generatie leerlingen en studenten verdient alle kansen op volwaardig onderwijs en een goede toekomst. De coronacrisis mag dit niet in de weg staan. Daarom komt het kabinet met een Nationaal Programma Onderwijs. Het programma is gericht op herstel en perspectief voor de volle breedte van het onderwijsveld, van voorschoolse educatie tot en met het wetenschappelijk onderwijs.
Deze nieuwsflits gaat in op de maatregelen voor voorschoolse educatie, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs.

8,5 Miljard euro voor herstel en ontwikkeling
Er wordt 8,5 miljard euro geïnvesteerd in herstel én ontwikkeling van het onderwijs. Op het inhalen én compenseren van vertraging. En op het ondersteunen van leerlingen en studenten in het onderwijs die het moeilijk hebben.
De ongeveer 6600 basisscholen ontvangen hiervoor komend schooljaar gemiddeld 180.000 euro per school. Voor de 650 middelbare scholen gaat het gemiddeld om ruim 1,3 miljoen euro per school. Scholen met veel leerlingen met minder kansen krijgen verhoudingsgewijs meer geld.

Brede ontwikkeling van leerlingen en studenten
Het programma biedt ook ondersteuning voor leraren en andere medewerkers in het onderwijs. Zij hebben in het afgelopen jaar enorme flexibiliteit, inzet en creativiteit getoond door onder de steeds wisselende omstandigheden het onderwijs door te laten gaan.

Maatregelen
De belangrijkste maatregelen voor voorschoolse educatie, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs:

  • De subsidieregeling voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s voor peuters die voorschoolse educatie nodig hebben, wordt verlengd.
  • Vanaf komend schooljaar krijgt elke school geld om leerlingen gericht te helpen met opgelopen vertraging op cognitief, sociaal-emotioneel en executief gebied. Iedere school krijgt middelen voor een eigen School Programma. 
  • Er komt een menukaart ontwikkeld door wetenschappers en het onderwijsveld met bewezen effectieve maatregelen voor leerlingen. Scholen kiezen zelf de maatregelen die het beste bij hun situatie past.
  • Scholen die te maken hebben met leerlingen die het extra lastig hebben, krijgen extra hulp en ondersteuning om deze leerlingen te helpen.
  • Scholen kunnen ervoor kiezen om deels open te blijven in de zomervakantie voor leerlingen die dat nodig hebben. Leraren die in die periode werken krijgen hiervoor extra betaald.
  • Op school krijgen leerlingen in kleine groepjes les om bepaalde vakken gericht bij te spijkeren, zoals rekenen of Engels. Dat kan ook buiten de reguliere schooltijden om, bijvoorbeeld in het weekend.
  • Middelbare scholen krijgen vanaf komend schooljaar een bonus als ze brede brugklassen vormen. Bijvoorbeeld vmbo-t / havo. Dat geeft leerlingen meer tijd om te kijken op welke plek zij het beste tot hun recht komen. Bij elke individuele brugklasser wordt gekeken of hij of zij op de juiste plek zit.
  • Er komt extra personeel bij om de druk op leraren te ontlasten. Denk hierbij aan vakleerkrachten, onderwijsassistenten en ander ondersteunend personeel. Zo kunnen leraren zich richten op het lesgeven aan leerlingen.

Meer informatie over het Nationaal Programma Onderwijs is te vinden op de website van de Rijksoverheid.

Bron: Ministerie van OCW

Gevolgen wegvallen jaarlijkse vordering op OCW

Door het wetsvoorstel vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs vervalt de jaarlijkse vordering op OCW. Dit heeft te maken met het feit dat de minister overgaat van schooljaarbekostiging naar kalenderjaarbekostiging. Dit heeft geen effect op de geldstromen betreffende de bekostiging van schoolbesturen. Ze krijgen hierdoor niet minder geld. Deze aanpassing leidt wel tot een lagere vermogenspositie bij schoolbesturen.

In het wetsvoorstel vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs gaat de bekostiging van de schoolbesturen van schooljaarbekostiging naar bekostiging per kalenderjaar. In de huidige schooljaarbekostiging krijgt een schoolbestuur in de eerste vijf maanden van het schooljaar (augustus t/m december) minder dan 5/12-deel van de totale bekostiging. Hierdoor heeft elk schoolbestuur in de administratie een vordering van 7,12% op OCW. Door de overgang naar kalenderjaarbekostiging vervalt deze vordering. Voor het primair onderwijs gaat dit over een totaalbedrag van bijna  € 500 miljoen.

Het wegvallen van de vordering op OCW heeft, evenals het verwerken van het groot onderhoud in de jaarcijfers, een zeer fors effect op de reserves van schoolbesturen. Deze ontwikkelingen worden echter niet meegenomen in nieuwe signaleringswaarde van OCW voor mogelijke bovenmatige reserves. Schoolbesturen moeten deze ontwikkelingen zelf meenemen in hun evaluatie van de reservepositie. Omdat het wegvallen van de vordering op OCW herleid kan worden vanuit de jaarcijfers, is deze voor schoolbesturen al wel meegenomen in de sectorspecifieke signaleringswaarde in de PO/VO-benchmark.

Coulanceregeling
Dee Tweede Kamer sprak op maandag 18 januari 2021 over het wetsvoorstel vereenvoudiging van de bekostiging. Hierbij werd ook gesproken over het wegvallen van de vordering OCW als gevolg van de overgang van schooljaarbekostiging naar kalenderjaar bekostiging en de mogelijke effecten hiervan. Naar aanleiding van vragen van Kamerleden heeft minister Arie Slob toegezegd dat er een coulanceregeling komt voor schoolbesturen die veel last hebben van de herverdeling.

In maart 2020 heeft OCW het conceptwetsvoorstel voor de vereenvoudiging van de bekostiging gepubliceerd in het kader van de internetconsultatie. Het wegvallen van de vordering op OCW en de jaarlijks verplichte prijsbijstelling waren de voornaamste kritiekpunten van de PO-Raad op dit conceptwetsvoorstel.

Na meerdere technische en bestuurlijke overleggen tussen de PO-Raad en het ministerie van OCW werd duidelijk dat OCW niet eenmalig circa €450 miljoen, die voor de hele sector gemoeid is met deze vordering, zou gaan vrijmaken om deze vordering af te financieren. De PO-Raad heeft vervolgens gevraagd naar meer zicht op de effecten van het afboeken van de vordering op OCW voor schoolbesturen. En dan met name bij schoolbesturen die hierdoor in financiële problemen zouden kunnen komen. De negatieve effecten van deze vermogensmutatie bleek relatief beperkt: in 2018 zouden 15 schoolbesturen hierdoor onder de signaleringsgrenzen van de inspectie voor de financiële continuïteit van hun organisatie duiken als deze vordering wordt afgeboekt. Daarbij zal het aantal schoolbesturen met mogelijk bovenmatige reserves (conform aannames OCW) substantieel afnemen.

Van sommige schoolbesturen ontvingen wij de vraag of de vordering nu reeds (in boekjaar 2020) afgeboekt kan worden. Dit is echter naar onze mening niet het geval, omdat het wetsvoorstel nog niet is aangenomen en de vordering pas daadwerkelijk vervalt op het moment van overgang naar kalenderjaarbekostiging.

Bron: www.poraad.nl

Banenafspraak en Participatiebaan

Al eerder schreef mijn collega Renate van der Velde erover, maar het is goed om de banenafspraak en het quotum nogmaals onder uw aandacht te brengen. Wat is de banenafspraak en waarom is deze voor u van belang?

Afspraken:
In 2013 zijn er door de Sociale Partners de afspraak gemaakt om in 2023 125.000 extra banen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking. Deze afspraak is vastgelegd in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten. Door deze wetten krijgen mensen met een arbeidsbeperking meer kansen op een plek op de reguliere arbeidsmarkt. Ook de PO-raad heeft zich aan dit doel verbonden. Het primair onderwijs wordt geacht 4020 banen te leveren in 2023. 

Quotumheffing:
Vooralsnog moet worden geconstateerd dat het aantal gerealiseerde banen achterblijft bij de afspraken die zijn gemaakt. Als het aantal banen voor mensen met een arbeidsbeperking landelijk achterblijft, kan bepaald worden dat werkgevers die te weinig arbeidsbeperkten in dienst hebben, een boete opgelegd kunnen krijgen: de quotumheffing.Over 2020 was er nog geen quotumheffing opgelegd, maar dat zou in de toekomst wel het geval kunnen zijn. Dit maakt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) jaarlijks bekend via de banenmonitor.

Let wel: de quotumheffing geldt niet voor werkgevers met minder dan 25 werknemers. Maar het staat deze werkgevers natuurlijk vrij om wel een arbeidsbeperkte in dienst te nemen.

CAO Primair Onderwijs:
Om heffingen in de toekomst te voorkomen, is het dus van belang om werk te maken van het creëren van arbeidsplaatsen voor arbeidsbeperkten. In de CAO Primair Onderwijs zijn voorwaarden opgenomen voor het in dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking. In artikel 5.3 CAO PO staat vermeld dat werknemers die zijn opgenomen in het doelgroepenregister kunnen worden benoemd in de functiecategorie ‘participatiebaan’. Het UWV registreert in het zogenaamde doelgroepenregister wie arbeidsbeperkt is. Via het werkgeversportaal van het UWV kan een werkgever nagaan of een sollicitant in het doelgroepenregister is opgenomen.

De participatiebaan zoals omgeschreven in de CAO PO betreft dus ook een functiecategorie, net als de functiecategorieën: ‘directie’, ‘leraar’ en ‘onderwijsondersteunend personeel’. Voor veel functies in de functiecategorieën ‘directie’, ‘leraar’ en ‘onderwijsondersteunend personeel’ zijn voorbeeldfuncties gemaakt, die eveneens al zijn gewaardeerd. Maar voor functies in de functiecategorie ‘participatiebaan’ zijn per definitie geen voorbeeldfuncties beschikbaar. In deze functiecategorie worden namelijk functies opgenomen voor die medewerkers die vanwege een arbeidsbeperking niet in staat zijn om te verdienen wat gezonde werknemers kunnen verdienen. Binnen deze functiecategorie vallen de voor medewerkers met een arbeidsbeperking gecreëerde functies, met een specifiek op die medewerker afgestemd takenpakket. Functiebeschrijvingen voor functies in deze functiecategorie dienen dus altijd specifiek te worden opgesteld.

Functies vallend in de functiecategorie ‘participatiebaan’ moet eveneens worden gewaardeerd. In dit proces moet gebruik gemaakt worden van een gecertificeerde adviseur FUWA PO. De CAO PO kent ook voor deze functiecategorie een aparte salarisschaal waar deze functie moeten worden ingedeeld; namelijk: salarisschaal participatiebaan. Het aanvangssalaris is gelijk aan het wettelijk minimumloon, waarbij de medewerker door kan groeien naar trede 4. Als de functie is opgesteld en gewaardeerd met hulp van een gecertificeerd bureau, moet de functie worden opgenomen in het functiehandboek, via instemming van de (G)MR.

Bij de gemeente waar de (potentiële) werknemer staat ingeschreven is loonkostensubsidie of loondispensatie verkrijgbaar. Het UWV beoordeeld of iemand in aanmerking komt voor loonkostensubsidie of loondispensatie. Dit is een bedrag ter grootte van het verschil in loonwaarde en loonkosten. In principe betaalt de werkgever dus alleen voor de werkelijk verrichte arbeid. 

Arbeidsrechtelijk:
Een participatiebaan kan een tijdelijke of een vaste baan zijn. Een tijdelijke baan eindigt van rechtswege op de afgesproken einddatum. Een vaste baan kan beëindigd worden op één van de gronden die ook voor andere medewerkers gelden voor ontslag. Denk bijvoorbeeld aan disfunctioneren, een verstoorde arbeidsverhouding, twee jaar ziekte, etc. 
Onder voorwaarden vergoedt het Participatiefonds de werkloosheidsuitkering van een ex-werknemer. De twee vereisten hiervoor zijn: vermelding van de reden van het ontslag of het niet voortzetten van de tijdelijke arbeidsovereenkomst en het verstrekken van ondersteuning bij het vinden van werk elders. 

Mocht u hulp of advies nodig hebben rondom het opzetten van een participatiebaan, dan kan Concent u hierin concreet ondersteuning bieden.

mr. Martine Wiltjer

Herbenoemingsverplichting eigen wachtgelders

Het ziet ernaar uit dat in de nabije toekomst de regelgeving omtrent herbenoemingsverplichting eigen wachtgelders waarschijnlijk afgeschaft zal worden. Tot op heden is het wetsvoorstel hiervoor nog niet door de Tweede Kamer in behandeling genomen. Het is op dit moment niet duidelijk wanneer dit wel het geval zal zijn. Het gevolg hiervan is dat de regels rondom de herbenoemingsverplichting eigen wachtgelders voorlopig nog niet zullen wijzigen. Ook het komende jaar zal de accountant beoordelen of onderwijsinstellingen hebben voldaan aan hun herbenoemingsverplichting. Als onderwijsinstellingen hieraan niet hebben voldaan, dan kan dat zomaar leiden tot vermindering van bekostiging.

Om die reden is het goed om de regels rondom de herbenoemingsplicht eigen wachtgelders nog een keer bij u onder de aandacht te brengen. Deze herbenoemingsplicht voor eigen wachtgelders is opgenomen in artikel 138 Wet primair onderwijs. Onderwijsinstellingen hebben de verplichting om, voordat ze nieuw personeel werven, deze vacatures eerst aan te bieden aan ex-werknemers die een (bovenwettelijke) uitkering ontvangen, en die voorafgaand aan de beëindiging van hun dienstverband langer dan een jaar onafgebroken in dienst zijn geweest. In artikel 138 Wet primair onderwijs is eveneens opgenomen dat de overheid regels kan opstellen op grond waarvan automatisch ontheffing van de herbenoemingsverplichting kan plaatsvinden. De regels hiervoor zijn opgenomen in de ‘regeling achterwege laten vermindering van de bekostiging bij niet-herbenoeming ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemers primair onderwijs’. 

Ontheffing van de herbenoemingsverplichting kan automatisch plaatsvinden als het dienstverband is beëindigd op een van de volgende ontslaggronden:

a. onbekwaamheid en ongeschiktheid voor de uitgeoefende functie
b. veroordeling tot een vrijheidsstraf
c. beëindiging vanwege een van de volgende gewichtige redenen:

  1. onverenigbaarheid van karakters
  2. onherstelbaar verstoorde werkrelatie
  3. onoplosbare verschillen van inzicht omtrent de wijze waarop de taken moeten worden uitgevoerd.

d. meer dan twee jaar arbeidsongeschiktheid voor de eigen functie.

Een ontheffing brengt vragen met zich mee. Voor scholen die vallen onder een schoolverband is het van belang om te weten voor welke scholen de ontheffing dan geldt. En wat is eigenlijk de duur van zo’n ontheffing? Ook dat is opgenomen in deze regeling en verschilt per ontslaggrond:

  • Voor de ontslaggrond a, b en d, geldt de ontheffing voor alle vacatures in gelijksoortige functies aan alle scholen binnen het schoolverband. En de duur van de ontheffing is permanent.
  •  Voor ontslaggrond c, 1 en 2, geldt dat de ontheffing geldig is voor alle vacatures in gelijksoortige functies aan dezelfde school als waar de ex-werknemer ontslagen is. De duur van de ontheffing is tijdelijk en geldt voor 1 jaar. Voor alle ex-werknemers van wie het dienstverband op een van deze twee gronden is beëindigd, moet dus elk jaar opnieuw een ontheffing worden vastgesteld. 
  • Ook voor ontslaggrond c, 3 geldt dat de ontheffing geldig is voor alle vacatures in gelijksoortige functies aan dezelfde school als waar de ex-werknemer ontslagen is. De ontheffing geldt dus ook niet voor de overige scholen in een schoolverband.  En de duur van deze vrijstelling is ook tijdelijk, maar moet zelfs voor iedere vacature opnieuw vastgesteld worden. Dat is dus nogal een administratieve verplichting.

Per ontslaggrond verschilt het dus nogal of de ontheffing permanent of tijdelijk is. En of deze enkel geldt voor de eigen school, of voor alle scholen in het schoolverband. Duidelijk zal zijn dat u, in geval van beëindiging van een dienstverband met een werknemer, de grond voor ontslag niet zomaar willekeurig kan kiezen. Dat is met name het geval bij ontslag wegens veroordeling tot een vrijheidsstraf (ontslaggrond b), of na twee jaar arbeidsongeschiktheid (ontslaggrond d). Maar soms heeft u als werkgever toch wel de mogelijkheid om te kiezen uit meerdere ontslaggronden, bijvoorbeeld een keuze tussen ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de functie (ontslaggrond a), of beëindiging vanwege gewichtige redenen, zoals onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie of verschil van inzicht over de wijze waarop de taken moeten worden uitgeoefend (ontslaggrond c). In zo’n geval is het dus erg belangrijk om te kijken bij welke ontslaggrond de ontheffing het meest vergaand is. 

Let op, als ontheffing automatisch kan plaatsvinden, moet nog wel voldaan worden aan een aantal administratieve voorwaarden. In de personeelsadministratie van de werkgever moet van de ex-werknemer in ieder geval aanwezig zijn:

  • Een afschrift van de akte van aanstelling of arbeidsovereenkomst;
  • Een afschrift van de akte van ontslag, dus bewijs van beëindiging;
  • Een verklaring van betrokkene waarin hij of zij aangeeft op de hoogte te zijn van de inhoud van deze regeling en van de redenen op grond waarvan het bevoegd gezag toepassing heeft gegeven aan deze regeling.

Het is daarbij zinvol om een goede administratie bij te houden van de vastgestelde ontheffingen, zodat duidelijk is vastgelegd welke ontheffingen permanent zijn vastgesteld en welke ontheffingen tijdelijk zijn en dus steeds opnieuw moeten worden vastgesteld. Daarnaast is het zinvol om jaarlijks na te gaan of deze ex-werknemers nog een (bovenwettelijke) werkloosheidsuitkering of een WGA-uitkering ontvangen. Zo niet, dan geldt er op grond van artikel 138 Wet PO geen herbenoemingsverplichting (meer) en hoeft er dus niet opnieuw een ontheffing te worden vastgesteld. 

Mocht u hulp of advies nodig hebben met betrekking tot de herbenoemingsverplichting, dan kan Concent u hierin concreet ondersteuning bieden. 

mr. Martine Wiltjer

Vernieuwing Participatiefonds uitgesteld

In februari 2020 is het wetsvoorstel dat o.a. de vernieuwing van het Participatiefonds regelt ingediend bij de Tweede Kamer. Tot op heden heeft er echter nog geen behandeling in de Tweede Kamer plaatsgevonden. Doordat het kabinet demissionair is geworden en door de coronacrisis, is de behandeling van een reeks aan wetsvoorstellen uitgesteld tot na de verkiezingen. Dat geldt ook voor dit wetsvoorstel waarin de volgende zaken worden gewijzigd:

  • afschaffing verplichte aansluiting bij het Vervangingsfonds
  •  modernisering Participatiefonds
  •  afschaffen regelgeving omtrent herbenoemingsplicht eigen wachtgelders

 Deze drie zaken worden geregeld in één wetsvoorstel. Het wetsvoorstel is overigens niet controversieel verklaard, wat betekent dat er niet gewacht hoeft te worden op een nieuw kabinet. Echter is het uitstel nu dusdanig dat invoering per 1 augustus 2021 in de praktijk niet meer haalbaar is. 

Het gevolg is drieledig:

  1. Vervangingsfonds: scholen blijven voorlopig verplicht aangesloten. De mogelijkheid om Eigen Risicodrager te zijn of te worden blijft gewoon bestaan. Eigen Risicodragers zijn formeel echter ook aangesloten bij het Vervangingsfonds, zij betalen een zogenaamde solidariteitsbijdrage.
  2. Participatiefonds: de huidige werkwijze en regels blijven voorlopig zoals ze zijn. 
  3. Herbenoemingsplicht eigen wachtgelders: ook de regels omtrent dit onderwerp wijzigen voorlopig niet. Ook het komende jaar zal de accountant dus controleren of u eigen wachtgelders op de juiste manier hebt herbenoemd in voorkomende vacatures. 

 mr Renate van der Velde-Buist 

Wijziging reiskostenvergoeding en stijging vrije ruimte 2021

Onbelaste vaste reiskostenvergoeding
Het kabinet heeft 21 januari in de Kamerbrief bepaald dat de vaste onbelaste reiskostenvergoeding ook na 1 februari 2021 vergoed mag worden. In de Kamerbrief is vermeld dat dit tot 1 april 2021 onbelast vergoed kan worden, ongeacht het reispatroon van de medewerker. De voorwaarde dat aan de medewerker vóór 13 maart 2020 deze vergoeding al werd toegekend blijft van kracht.

Vrije ruimte werkkostenregeling naar 3%
Ook in 2021 wordt tot een loonsom van € 400.000 de vrije ruimte verruimd van 1,7% naar 3%. Hiervan kan bijvoorbeeld een onbelaste thuiswerkvergoeding vergoed worden. De verruiming van 1,3% over € 400.000 betekent voor 2021 een extra vrije ruimte van maximaal € 5.200. 

Arbovoorzieningen en ICT-middelen
Onder bepaalde voorwaarden kan bijvoorbeeld een bureaustoel (arbovoorzieningen) of laptop (ICT-middelen) vergoed of verstrekt worden. Omdat per situatie en vergoeding/verstrekking beoordeeld moet worden of aan de voorwaarden voldaan wordt, kunt u bij vragen hierover contact opnemen met uw contactpersoon van de PSA.

Vrijwilligersvergoeding 2021

De maximale hoogte van de vrijwilligersvergoedingen zijn per 01-01-2021 verhoogd naar € 180 per maand (was € 170 in 2020) en € 1.800 per jaar (was € 1.700 in 2020).

Onder verschillende voorwaarden kan een vrijwilliger een vergoeding voor werkzaamheden krijgen. Dat geldt in de volgende situaties:

  • Er worden werkzaamheden verricht voor: een organisatie die niet is onderworpen aan vennootschapsbelasting of daarvan is vrijgesteld, een sportvereniging of sportstichting of een instelling voor ANBI.
  • De vrijwilliger is niet in dienst van de organisatie
  • De werkzaamheden worden niet beroepsmatig gedaan.

De vergoeding die een vrijwilliger voor de werkzaamheden krijgt, is een vrijwilligersvergoeding. Dat wil zeggen dat de vergoeding zo laag is dat deze niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk.

De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van leeftijd en ureninzet.

  • Is de vrijwilliger 21 jaar of ouder en is afgesproken dat er een vergoeding per uur wordt verstrekt? De maximale vergoeding per uur is dan € 5 met een maximum van € 180 per maand en € 1.800 per jaar.
  • Is de vrijwilliger jonger dan 21 jaar en is afgesproken dat er een vergoeding per uur wordt verstrekt, dan is de maximale vergoeding per uur € 2,75 met een maximum van € 180 per maand en € 1.800 per jaar.
  • Als de vrijwilliger een vergoeding wordt verstrekt die zo laag is dat deze niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk en is niet afgesproken dat een vergoeding per uur wordt verstrekt, dan mag de vergoeding in 2021 maximaal € 180 per maand en € 1.800 per jaar zijn.

Alleen bovenstaande vrijwilligersvergoedingen zijn onbelast.

Bron: belastingdienst.nl