Akkoord over dichten loonkloof voor primair onderwijs

De PO-Raad heeft met de onderwijsvakbonden een onderhandelaarsakkoord afgesloten voor een nieuwe cao voor primair onderwijs. In dit akkoord wordt de loonkloof tussen het primair- en voortgezet onderwijs gedicht. Ook komt er extra beloning voor schoolleiders.

Freddy Weima, voorzitter PO-Raad: ‘’Samen met alle partijen in het primair onderwijs is het ons eindelijk gelukt de loonkloof met het voortgezet onderwijs te dichten. Daarbovenop is er extra aandacht voor de beloning van schoolleiders. Dit is ontzettend goed nieuws voor het primair onderwijs. Deze impuls voor het onderwijs is hard nodig en we zijn dan ook trots op dit gezamenlijke resultaat. We vertrouwen erop dat een beter salaris bijdraagt aan meer leraren, schoolleiders en onderwijsondersteuners die in het primair onderwijs willen werken en willen blijven werken. We weten ook dat geld niet genoeg is, daarom is het belangrijk dat er ook afspraken zijn gemaakt voor de toekomst. Samen gaan we ervoor zorgen dat het nog aantrekkelijker wordt om in onze sector te werken. Dit prachtige akkoord komt de kwaliteit van het onderwijs en de leerling zeker ten goede.”

De hoofdpunten uit het onderhandelaarsakkoord zijn:

  • In de cao voor primair onderwijs worden voor werknemers in alle functies en alle onderwijssoorten nieuwe salarisschalen geïntroduceerd. Deze schalen zijn gelijk aan de schalen in het voortgezet onderwijs. Het jaarloon voor alle medewerkers wordt hierdoor in 2022 minimaal 4% hoger. Voor functies waarin de verschillen met het voortgezet onderwijs groter zijn, kan dit percentage hoger uitvallen.
  • In de komende jaren werken de positieve effecten van dit akkoord door: grotere periodiekstappen en een hogere maximumbeloning in de schaal.
  • De eindejaarsuitkering wordt verhoogd van 6,3% naar 8,33%.
  • Voor functies en schalen waar in het voortgezet onderwijs een bindingstoelage bestaat, wordt deze overgenomen in de cao voor primair onderwijs.
  • De beloning in primair- en voortgezet onderwijs wordt daarmee gelijk aan elkaar.
  • Voor directeuren en adjunct-directeuren gaat aanvullend een arbeidsmarkttoelage gelden voor de komende 5 jaar.
  • Onderwijsondersteunend personeel behoudt de extra jaarlijkse uitkering, naast de procentuele en de nominale eindejaarsuitkering zoals die nu al in het voortgezet onderwijs geldt.

Ondertekening op basisschool Het Lichtbaken
Het onderhandelaarsakkoord is vandaag door de sociale partners ondertekend op basisschool Het Lichtbaken in Den Haag. Dit onderhandelaarsakkoord hangt samen met de afspraken die overheid, werkgevers en werknemers vandaag maken in het ‘Onderwijsakkoord’ over de aanpak van de personeelstekorten in het funderend onderwijs. De vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers gaan het onderhandelaarsakkoord voor deze nieuwe cao voorleggen aan hun achterbannen. Daarna wordt het definitief.

De PO-Raad en vakbonden gaan binnenkort verder in gesprek over de inhoudelijke punten voor een volgende nieuwe cao en de besteding van de loonruimte van 2022. Dit betreft de ‘reguliere’ cao-ronde van 2022.

Bron: PO-Raad

Regionale aanpak personeelstekort onderwijs

Het personeelstekort in het primair- en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is een groeiend probleem. De arbeidsmarkt voor onderwijs wordt sterk regionaal bepaald. In de regio liggen de meeste kansen om te komen tot oplossingen. Deze subsidieregeling Regionale aanpak personeelstekort onderwijs 2020, 2021 en 2022 (RAP) heeft als doel om partijen in de regio te ondersteunen het personeelstekort gezamenlijk aan te pakken.

Schoolbesturen en lerarenopleidingen hebben sinds 2020 – naast de G4 – 70 regio’s gevormd. Het uiteindelijke doel is om tot een landelijk dekkend netwerk van regio’s te komen. Daarin wordt voor het po, het vo-mbo of sectoroverstijgend samengewerkt op het gebied van arbeidsmarktvraagstukken voor onderwijspersoneel.

De minister stelt voor het schooljaar 2022-2023 € 15,439 miljoen subsidie beschikbaar voor bestaande RAP-regio’s en nieuwe regio’s voor het aanpakken van de kwalitatieve en kwantitatieve tekorten in het onderwijs. Nieuwe regio’s zijn besturen in aaneengesloten gemeenten in die nog niet eerder subsidie hebben ontvangen in het kader van de RAP-regeling.

Een aanvraag kan tot en met 29 mei 2022 worden ingediend door een:

  • po-bestuur;
  • vo-bestuur;
  • lerarenopleiding.

Schoolbesturen voor po, vo en mbo in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht (G4) komen niet in aanmerking voor deze subsidie. Met de G4 zijn aparte afspraken gemaakt.

Aanvraagcriteria
De samenwerkende partijen bepalen zelf het gebied van de regio. Belangrijk daarbij is wel dat de buitengrenzen samenvallen met de gemeentegrenzen. Een nieuwe regio kan uiteraard geen gemeenten bevatten die deel uitmaken van bestaande RAP-regio’s. Zie ook de onderstaande kaarten:

U doet de aanvraag voor alleen het primair onderwijs (po) of voortgezet onderwijs (vo) of voor beide sectoren samen. Het mbo kan aansluiten bij een aanvraag van het vo. Naast schoolbesturen en lerarenopleidingen in de regio doen bij voorkeur ook andere partijen mee, zoals gemeenten, regionale transfercentra en bedrijven.

De activiteiten moeten uitgevoerd worden in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 juli 2023, met een eventuele uitloop tot en met 31 december 2023. Het gaat om de uitvoering van nieuwe of aanvullende activiteiten of voortzetting van activiteiten als vervolg op het eerdere plan van aanpak.

Een aanvullende eis voor deze nieuwe subsidieronde is dat het plan van aanpak inzicht geeft op welke manier de regio inzet op strategische personeelsplanning.

Eisen aan de regio
Bij een aanvraag voor alleen po of alleen vo gelden de volgende eisen:

  • Ten minste 35% van de po-besturen of 50% van de vo-besturen met scholen in de regio neemt deel aan de activiteiten. Als een school bestaat uit meer dan één erkende (neven-) vestiging, wordt uitgegaan van de afzonderlijke vestigingen.
  • Deze scholen hebben ten minste een derde van de personeelsomvang van alle scholen in de regio met voor het po ten minste 800 fte en voor het vo 1.200 fte.
  • Het instellingsbestuur van minimaal één lerarenopleiding neemt deel.

Bij een sectoroverstijgende aanvraag gelden dezelfde eisen per sector. U kunt de regiotool gebruiken om te controleren of uw regio voldoet aan deze eisen. Zie ook de handleiding bij de tool. Voor nieuwe regio’s geldt 1 oktober 2020 als peildatum. Voor bestaande regio’s worden de toen geldende peildata gebruikt.

Besturen van scholen en lerarenopleidingen met scholen/vestigingen in meerdere regio’s en lerarenopleidingen kunnen aan meerdere aanvragen deelnemen. Schoolbesturen kunnen immers scholen hebben in een uitgestrekter gebied (regio-overstijgend) dat valt in een nieuwe regio. Ook lerarenopleidingen bedienen vaak een groter gebied. Per nieuwe regio kan er één aanvraag voor po en één aanvraag voor vo worden ingediend.

Wijzigt de samenstelling van een bestaande RAP-regio? Dan neemt u deze wijzigingen op in de aanvraag. De gewijzigde samenstelling van de regio dient aan de bestaande regio-eisen te voldoen met de gegevens van de van toepassing zijnde regiotool.

Plan van aanpak
Bij uw aanvraag hoort een plan van aanpak met een begroting, ook voor bestaande regio’s. Gebruik het format als hulpmiddel. Een plan van aanpak bestaat in elk geval uit de volgende onderdelen:

  • een beschrijving (van de wijziging) van de regio;
  • de besturen en eventueel andere partijen die deelnemen aan de uitvoering van het plan van aanpak;
  • de (gewijzigde) SMART gestelde doelen (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden);
  • de voort te zetten, gewijzigde of nieuwe activiteiten om de doelen te bereiken;
  • de wijze waarop de realisatie van de doelen wordt gevolgd en vastgesteld;
  • de aanstelling of voortzetting van de aanstelling van een aanjager of projectleider ter uitvoering van het plan;
  • de inrichting of continuering van de inrichting van het informatiepunt of loket;
  • de manier waarop wordt ingezet op strategische personeelsplanning;
  • de begroting.

Voor alle nieuwe en gewijzigde activiteiten moet blijken welke doelen, resultaten en producten u beoogt. Beschrijf ook wat de aard, omvang en duur van de activiteiten is. En op welke manier ze worden uitgevoerd.

Hoogte subsidie
Voor deze aanvraagronde in 2022 is € 8,561 miljoen subsidie beschikbaar voor het po en € 6,878 miljoen voor het vo.

Voor schooljaar 2022-2023 bedraagt het maximale basisbedrag € 192.500 en een maximaal aanvullend bedrag van € 48.125 of € 96.250. Het maximale subsidiebedrag wordt verhoogd met 30 procent van het basisbedrag als één of meer mbo-instellingen deelnamen aan een aanvraag voor een vo-regio. Het uiteindelijke totaalbedrag dat u kunt aanvragen is afhankelijk van de samenstelling van de regio. Meer informatie hierover vindt u in de bijlage van de regeling. Let op! De genoemde bedragen in de bijlage worden gehalveerd, omdat de wijzigingsregeling over één schooljaar gaat, in plaats van twee schooljaren.

Voor personele kosten wordt maximaal € 100 per uur (exclusief btw) vergoed. U mag de subsidie niet inzetten om de primaire arbeidsvoorwaarden te verbeteren of om onderwijspersoneel op scholen in te huren.

Cofinanciering
De regeling subsidieert maximaal twee derde van de kosten van de activiteiten. Minimaal één derde deel moet komen uit cofinanciering. Naast financiële middelen kan de cofinanciering ook bestaan uit de inzet van personeel of arbeidstijd. Andere partijen, zoals gemeenten, kunnen ook bijdragen.

Bijvoorbeeld: De kosten voor de activiteiten zijn in totaal € 273.000. De te ontvangen subsidie is dan € 182.000, waarbij cofinanciering de overige € 91.000 van de kosten dekt.

Subsidie aanvragen
U kunt tot en met 29 mei 2022 subsidie aanvragen.

Alle aanvragen die voldoen aan de subsidiecriteria en verplichtingen zullen worden toegekend. De subsidie wordt uiterlijk op 31 juli 2022 direct vastgesteld en in één keer uitbetaald vóór 30 september 2022.

Subsidie aanvragen

Meer informatie
U vindt alle informatie over deze subsidie in de subsidieregeling en de gewijzigde subsidieregeling. Meer informatie over de regionale aanpak: www.aanpaklerarentekort.nl

Bron: DUS-I

Aanpassing voorziening Groot onderhoud niet haalbaar voor 2023

De voorziening Groot onderhoud is een manier om de kosten voor onderhoud aan huisvesting te verwerken in de jaarrekening. Deze voorziening wordt per 2023 gewijzigd. Schoolorganisaties hebben onvoldoende tijd om adequaat te anticiperen op deze wijziging. PO-Raad en VO-raad hebben hierover samen met OCW een brief gestuurd aan de Raad voor de Jaarverslaggeving. De sectororganisaties verwachten dat schoolbesturen het onderhoud tot en met 2023 in de jaarcijfers kunnen verwerken op dezelfde wijze als dat ze dit voor het kalenderjaar 2021 hebben gedaan. Zodra er meer duidelijkheid is op dit thema, wordt dat gecommuniceerd via deze website.

Egalisering niet conform de verslaggevingsregels
In 2018 ontstond er een discussie over de wijze waarop de voorziening Groot onderhoud bepaald moest worden. De voorziening wordt nu veelal vastgesteld op basis van een meerjaren onderhoudsplanning (MOP) van de totale schoolorganisatie, waarbij de uitgaven in deze MOP worden geëgaliseerd over de periode van die MOP. Als bijvoorbeeld de kosten voor het uitvoeren van het groot onderhoud op basis van deze MOP de komende 20 jaar voor alle scholen € 2 mln zou bedragen, dan zou er jaarlijks €100.000 worden gedoteerd aan de voorziening Groot onderhoud. 

Meerdere accountants gaven in 2018 aan dat een dergelijke egalisering niet conform de verslaggevingsregels is. Deze schrijven voor dat een voorziening moet worden opgebouwd per onderhoudsinvestering en dat hiervoor naar tijdsgelang moet worden gespaard. Als bijvoorbeeld het dak na 20 jaar wordt vervangen voor €200.000, dan zou er voor het dak na 10 jaar €100.000 in de voorziening groot onderhoud moet zitten. Dit principe geldt voor alle uitgaven in het kader van groot onderhoud en de optelling hiervan bepaalt de hoogte van de voorziening Groot onderhoud.

Werkgroep Van Ham 
De verwachting was dat deze laatste werkwijze zou leiden tot een hogere voorziening Groot onderhoud, wat zou kunnen leiden tot een verschuiving van eigen vermogen (reserves) naar vreemd vermogen (voorziening). Deze vermogensverschuiving zou, tezamen met het wegvallen van de vordering OCW, een fors effect hebben op de reservepositie/ weerstandsvermogen van schoolbesturen. Vandaar dat de PO-Raad, samen met een aantal schoolbesturen, in 2019 haar zorgen heeft geuit bij OCW en de Tweede kamer. OCW heeft naar aanleiding hiervan een werkgroep onder leiding van Jo van Ham gevraagd te komen tot een oplossing.

Advies van de werkgroep
Het rapport van de werkgroep Van Ham ‘Verslaglegging Groot Onderhoud Schoolgebouwen’ is begin 2021 naar de Tweede Kamer gestuurd. De werkgroep adviseerde daarin ongeveer de volgende punten:

  • Het opbouwen van voorziening per onderhoudsinvestering (conform RJ) geeft een reëler beeld van toekomstige financiële risico’s/ uitgaven en geeft ook een beter inzicht in de daadwerkelijke vermogenspositie. Dit is belangrijke informatie voor het gesprek met interne en externe stakeholders over de continuïteit van de schoolorganisatie.
  • Het zondermeer direct invoeren van deze werkwijze is echter onverantwoord. Daarom pleitte deze commissie voor:
    – Voldoende voorbereidingstijd voor schoolbesturen. In dit kader werd een invoering per 1-1-2023 voorgesteld;
    – Meer helderheid over verantwoordelijkheden huisvesting schoolbesturen en gemeenten; 
    – Eenduidige definitie van groot onderhoud, zodat voor een ieder duidelijk voor welke uitgaven je een voorziening kan vormen;
    – Een ondersteuningsaanbod van schoolbesturen.

Regeling jaarverslaglegging onderwijs (RJO)
OCW heeft de adviezen van de werkgroep overgenomen en heeft naar aanleiding hiervan in de Regeling jaarverslaglegging onderwijs (RJO) vastgelegd dat schoolbesturen als overgangsperiode tot en met 2022 de voorziening Groot onderhoud kunnen waarderen op de wijze zoals ze dat in 2021 hebben gedaan. 

De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) had aangegeven dat zij rond de zomer van 2021 zouden komen met een definitie van groot onderhoud. De concept-definitie is echter pas rond de Kerst 2021 gecommuniceerd. Helaas geeft deze definitie nog veel ruimte voor interpretaties, en daarbij lijkt de voorgestelde definitie voor groot onderhoud behoorlijk af te wijken van de tot nu toe gangbare interpretaties van groot onderhoud in het funderend onderwijs, waaronder het eerder genoemde advies van de werkgroep van Van Ham. Ook lijkt er onvoldoende rekening gehouden met sectorspecifieke kenmerken, zoals het gegeven dat het economisch claimrecht van het gebouw bij de gemeente ligt en niet bij het schoolbestuur. 

PO-Raad verwacht een jaar uitstel
De PO-Raad verwacht dat de aanpassing van het verwerken van het groot onderhoud in de jaarcijfers een jaar wordt uitgesteld. Als helemaal duidelijk is hoe de voorziening Groot onderhoud verwerkt moet worden in de jaarcijfers zorgen PO-Raad en de VO-raad dat er extra ondersteuning komt voor schoolorganisaties. 

Bron: PO-Raad

Onderwijs aan Oekraïense vluchtelingenkinderen

Update 08 april 2022
Op 07 april heeft het Ministerie OCW een nieuwsflits gepubliceerd. 

Publicatie 21 maart 2022
De crisis in Oekraïne heeft een grote vluchtelingenstroom op gang gebracht. Tussen de vluchtelingen die naar Nederland zijn gevlucht zijn ook veel minderjarige kinderen. Het is belangrijk dat zij zo snel mogelijk onderwijs krijgen. Op verschillende plekken zijn gemeenten en scholen bezig het nieuwkomersonderwijs te organiseren. Hiervoor krijgen scholen ook financiële ondersteuning via de nieuwkomersbekostiging van het ministerie van OCW.

Plek in het onderwijs
Zoals alle kinderen in Nederland, hebben ook Oekraïense vluchtelingenkinderen recht op onderwijs. Dit is ongeacht de verblijfsstatus. Het is belangrijk dat deze kinderen snel een plek in het onderwijs krijgen en zoveel mogelijk een normaal leven kunnen oppakken. Deze leerlingen gaan primair naar het bestaande nieuwkomersonderwijs.

Nieuwkomersscholen en internationale schakelklassen
Voor vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland wordt het noodzakelijke onderwijs primair in het bestaande nieuwkomersonderwijs aangeboden, in de vorm van nieuwkomersscholen (po) en internationale schakelklassen (vo). Daar krijgen zij onder meer extra taallessen en bijvoorbeeld hulp bij het verwerken van trauma’s. Op verschillende plekken zijn gemeenten en scholen samen met andere partners bezig dit onderwijs te organiseren en op een aantal plekken gaan gevluchte Oekraïense kinderen al naar school. Deze gemeenten en schoolbesturen proberen zo goed mogelijk de huidige nieuwkomersvoorzieningen op te schalen. Dit wordt ondersteund door de deskundigen van LOWAN. We moedigen scholen aan om elkaar op te zoeken en samen te werken, in het bijzonder met ervaren nieuwkomersscholen en internationale schakelklassen.

Tijdelijke onderwijswijsvoorzieningen
Het is de bedoeling dat leerlingen vanuit een tijdelijke voorziening zo snel mogelijk doorstromen naar het nieuwkomersonderwijs. Het gangbare nieuwkomersonderwijs heeft hierbij zo lang mogelijk de voorkeur. In regio’s waar de bestaande nieuwkomersvoorzieningen, ook in een opgeschaalde variant, onvoldoende zijn, zet het ministerie van OCW in op extra, tijdelijke centrale onderwijsvoorzieningen. Het ministerie werkt samen met verschillende betrokken partijen uit hoe grote aantallen Oekraïense kinderen een veilige en goede plek kan worden geboden in het onderwijs. Dit is een grote opgave die alleen kan worden uitgevoerd met inzet van verschillende partijen, met name schoolbesturen, scholen, leraren en gemeenten, in het bijzonder van het bestaande nieuwkomersonderwijs, maar ook van LOWAN, kinderopvang, NGO’s, sport-, cultuur- en welzijnsorganisaties. Over de organisatie en coördinatie volgt later meer informatie op de website van de rijksoverheid. We moedigen de verschillende partijen aan elkaar ondertussen op te zoeken.

Bekostiging
Het ministerie van OCW bekostigt scholen die Oekraïense vluchtelingenkinderen opvangen met extra financiële middelen. Ook voor deze kinderen ontvangen scholen nieuwkomersbekostiging via DUO. Voor leerlingen in het primair onderwijs moet hiervoor een aanvraag worden ingediend. Meer informatie over de nieuwkomersbekostiging vindt u op de  website van DUO voor het primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Het ministerie van OCW past de bekostigingsregeling aan om formeel vast te leggen dat ook deze Oekraïense kinderen binnen de doelgroep van de nieuwkomersbekostiging vallen. De drempel van 4 leerlingen in het primair onderwijs blijft van toepassing. Naast deze bekostigingsregeling biedt het ministerie van OCW de mogelijkheid voor aanvullende maatwerkbekostiging onder bepaalde voorwaarden. Deze mogelijkheid wordt nader uitgewerkt.

Meer informatie
Bij vragen over het onderwijs aan nieuwkomers kunt u terecht bij de adviseurs van LOWAN. Zij ondersteunen scholen die onderwijs verzorgen aan vluchtelingenkinderen. Daarnaast heeft het ministerie van OCW een Q&A met de meest gestelde vragenopgesteld.

Op 21 maart van 10.00 tot 11.00 uur organiseren de PO-Raad en LOWAN-PO een webinarvoor schoolorganisaties over kinderen uit Oekraïne.

Op de website van LOWAN-VO vindt u het laatste nieuws over het onderwijs aan Oekraïense kinderen in het voortgezet onderwijs. Op deze pagina zullen voorbeelden uit de praktijk worden gedeeld, met aandacht voor verschillende vormen van nieuwkomersonderwijs en tijdelijke voorzieningen die u kunnen helpen bij het maken van keuzes die werkbaar zijn in uw regio.

Bron: Ministerie OCW

OCW publiceert eerste regeling personele bekostiging 2022/2023

De eerste regeling bekostiging personeel 2022/2023 is door OCW gepubliceerd. De bedragen in deze regeling zijn vrijwel gelijk aan de laatst gepubliceerde (tweede) regeling bekostiging personeel 2021/2022.  Dat komt omdat extra middelen nog niet zijn verwerkt in deze regeling. Dit zal na de zomer plaatsvinden.

De regeling personele bekostiging 2022/2023 gaat uit van een volledig schooljaar, maar feitelijk betreft deze regeling alleen de laatste vijf maanden van 2022. Vanaf 1 januari 2023 geldt de nieuwe vereenvoudigde systematiek. In dit kader worden de bedragen door OCW vermenigvuldigd met een percentage, afhankelijk van het huidige betaalritme, te weten:  

  • 34,55%:  Personele bekostiging regulier, aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbeleid; 
  • 41,67% (5/12): Budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters schoolleiders. 

Extra middelen
De definitieve regeling bekostiging verschijnt na de zomer van 2022. In deze regeling worden de extra middelen verwerkt. Deze komen beschikbaar op basis van:

  • de begroting 2022 (voor het dichten van de loonkloof met het voortgezet onderwijs),
  • het coalitieakkoord 2021 en de
  • indexatie van 2022.

Op grond van deze regeling ontvangen schoolbesturen de beschikkingen voor de laatste vijf maanden van dit jaar. Voor de reguliere personele bekostiging en de aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbeleid zal dit 34,55% zijn van het totale schooljaar bedrag, 7,12% minder dan 5/12e deel. Deze 7,12% stond in voorgaande jaren aan het einde van het kalenderjaar op de balans als vordering op OCW. Ultimo 2022 is dat niet langer van toepassing, omdat deze vordering in 2023 niet zal worden uitbetaald. In de ledenbrief van 10 maart zijn leden van de PO-Raad in dit kader gewezen op een initiatief voor een gezamenlijke bezwaarprocedure. Voor nadere informatie en aanmelding kun jij kijken op Mijnporaad.nl (met inlog voor leden van de PO-Raad).

Onderwijsachterstanden
Het bedrag per achterstandsscore punt is bekend en opgenomen in deze regeling, maar omdat eerder dit jaar bij het CBS vertraging was opgelopen, zal de beschikking OAB pas in mei worden verstuurd.

Ten opzichte van de laatst gepubliceerde regeling bekostiging personeel voor het schooljaar 2021–2022 (juli 2021), is alleen de GGL aangepast (van 39,5 jaar naar 39,41 jaar) en worden de prijzen opgehoogd met 0%. Ook de definitieve vaststelling, na accountantscontrole, van de GGL zal plaatsvinden na de zomervakantie.

Ook het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid (budget P&A) volgt de ontwikkeling van de gemiddelde personele last  voor onderwijzend personeel. Er zijn geen veranderingen in de bekostigingsbedragen ten opzichte van de 2e regeling bekostiging 2021/2022.

Werkdrukmiddelen
Het bedrag per leerling voor werkdrukvermindering maakt deel uit van de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid. De afspraken rondom het werkdrukakkoord voorzien erin dat het budget voor aanpak werkdruk de komende jaren toeneemt tot € 430 miljoen. Inclusief loon- en prijsbijstelling loopt het budget op tot € 457 miljoen in 2025. Daarmee stijgt het bedrag per leerling in 2025 tot circa € 289,00 per leerling in het basisonderwijs.

Na schooljaar 2021/2022 zou er door een kasschuif een lager bedrag voor werkdrukmiddelen beschikbaar zijn, om in 2025 weer te stijgen. Met het Nationaal Programma Onderwijs is er echter geld beschikbaar om het effect in 2023 en 2024 te dempen, maar daarmee resteert nog wel een wat lager bedrag aan werkdrukmiddelen ten opzichte van het huidige schooljaar.

Daarnaast zal per 1 januari 2023 de vereenvoudiging van de bekostiging ingaan, waardoor onder andere de bekostiging volledig op kalenderjaarbasis zal worden vastgesteld. Al deze ontwikkelingen leiden tot de volgende verwachte reeksen voor de bekostiging (indicatief) in het kader van de werkdrukvermindering. 

Verloop werkdrukmiddelen 2021-2025

 

 



Starters en schoolleiders
De regeling Professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders loopt t/m juli 2023. Wat er daarna gebeurt is onzeker. Wel is toegezegd dat de middelen in de sector blijven en mogelijk deel uit gaan maken van de lumpsum. Per leerling (basisschool, SBO en (V)SO) gaat het in deze regeling om een bedrag van € 95,09. 

Bron: PO-Raad

Aanvragen lerarenbeurs 2022-2023 vanaf 1 april 18:00

Leraren die een opleiding aan een hogeschool of universiteit willen volgen, kunnen van 1 april 18:00 uur tot en met 15 mei 23:59 uur 2022 de lerarenbeurs aanvragen via Mijn DUO. De lerarenbeurs is bestemd voor leraren die werkzaam zijn binnen het primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, mbo en hbo. 

Rangschikking van toekenning aanvragen
De lerarenbeurs bestaat uit een vergoeding voor collegegeld, studiemiddelen en reiskosten voor het studiejaar 2022-2023. Daarnaast kan de werkgever subsidie krijgen om studieverlof te geven.

De ingediende aanvragen worden gerangschikt en toegekend volgens deze volgorde: 

  1. Herhaalaanvragen (voor het tweede of derde studiejaar)
  2. Eerste aanvragen die al in 2021 waren ingediend, toen zijn afgewezen omdat het subsidieplafond was bereikt, daarna alsnog zijn toegekend, maar uiterlijk op 1 november 2021 weer zijn ingetrokken door de aanvrager;
  3. Nieuwe eerste aanvragen.

De aanvragen worden in bovenstaande volgorde toegekend, totdat het subsidieplafond is bereikt. In totaal is voor de lerarenbeurs in studiejaar 2022-2023 een budget van € 76.6 miljoen beschikbaar.

Bij nieuwe eerste aanvragen is het raadzaam om deze direct om 18:00 uur op 1 april in te dienen. 

Er is voldoende budget beschikbaar voor herhaalaanvragen en alle aanvragen die in 2021 eerst zijn afgewezen omdat het subsidieplafond was bereikt, later alsnog zijn toegekend en vervolgens door de aanvrager weer zijn ingetrokken voor 1 november 2021. Voor deze aanvragen is het niet noodzakelijk om direct op 1 april 2022 om 18:00 een aanvraag in te dienen. Dit kan op elk willekeurig moment tussen 1 april en 15 mei 2022.

Aanvraag- en toekenningstermijn
De aanvraagperiode voor de lerarenbeurs loopt van 1 april 18:00 uur tot en met 15 mei 23:59 uur 2022. U kunt uw aanvragen via Mijn DUO op duo.nl. Op deze website vindt u ook meer informatie over de lerarenbeurs.

De toekenningen worden uiterlijk eind juni bekend gemaakt.

Bron: Ministerie OCW

Beschikkingen onderwijsachterstandenbeleid 2022-2023 vertraagd

Door omstandigheden is de aanvullende bekostiging voor onderwijsachterstanden en schoolmaatschappelijk werk vertraagd. Dit meldt het ministerie van OCW. De beschikkingen voor het schooljaar 2022-2023 worden in mei in plaats van april verzonden.

De onderliggende achterstandsscores op basis van de CBS-indicator, het bedrag per eenheid achterstandspunt en het bedrag per leerling voor schoolmaatschappelijk werk, zijn wel eerder bekend. 

Scholen en schoolbesturen kunnen de volgende data aanhouden:

  • Op 28 maart publiceert het CBS per vestiging de achterstandsscores op hun website.
  • Begin april wordt in de Staatscourant de Regeling bekostiging personeel PO 2022–2023 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2022–2023 gepubliceerd met daarin het bedrag per eenheid achterstandspunt (artikel 4) en het bedrag per leerling voor schoolmaatschappelijk werk (artikel 21). 
  • Op 15 april ontvangen schoolbesturen van DUO de beschikking voor de reguliere bekostiging voor schooljaar 2022-2023, zonder de onderwerpen onderwijsachterstanden en schoolmaatschappelijk werk. 
  • Op 20 mei ontvangen schoolbesturen van DUO de beschikkingen voor de bekostiging voor onderwijsachterstanden en schoolmaatschappelijk werk.

Bron: PO-Raad

NPO wordt verlengd

De looptijd van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) wordt met twee jaar verlengd. Dat maakt Onderwijsminister Wiersma vandaag bekend. Het basisbedrag per leerling in het primair onderwijs zal in het tweede jaar van het NPO lager liggen dan in het eerste jaar. Met zijn besluit te verlengen onderkent de minister dat de looptijd van het NPO te kort was. Overigens zijn er geen extra middelen beschikbaar voor dit programma; er is alleen meer tijd om die middelen in te zetten.  Pas in het voorjaar wordt duidelijk welk bedrag elke school precies krijgt. Te laat, vindt de PO-Raad: het moet voor scholen snel duidelijk worden hoeveel geld zij krijgen om hun plannen te kunnen bijstellen. 

De PO-Raad waarschuwt dat het urgent blijft snel structurele plannen en bijbehorende middelen beschikbaar te maken. Het coalitieakkoord biedt daarvoor de nodige aanknopingspunten. Voor nu is het essentieel dat scholen op zo kort mogelijke termijn duidelijkheid krijgen over het exacte NPO-bedrag. 

Minister Wiersma ziet dat de uitdaging waar scholen voor staan heel groot is. In een doorlopende coronacrisissituatie met personeelstekorten komen scholen vaak niet toe aan de uitvoering van hun NPO-plannen. Sterker: ze moeten hard werken om nieuwe achterstanden te voorkomen. Daarom neemt hij drie besluiten: 

De looptijd 
De looptijd van het NPO wordt verlengd met twee schooljaren. Scholen ontvangen middelen voor schooljaar 2022/2023 en kunnen die tot en met 2024/2025 besteden aan de interventies op de menukaart. Met de verlenging komt er ook twee jaar langer ondersteuning voor scholen bij de uitvoering van het programma én wordt het NPO twee jaar langer gemonitord. De PO-Raad vindt het een wijs besluit dat de minister kiest voor langere monitoring van het NPO, maar dat mag geen reden worden om het masterplan, met structurele investeringen, op de lange baan te schuiven. De PO-Raad had daarom liever gezien dat het NPO maar met één jaar wordt verlengd zodat de sector snel aan de slag kan met structurele plannen. 

De middelen 
De verdeling van de middelen wordt aangepast. Dit schooljaar is het basisbedrag per leerling in het po gelijk aan dat van het vo. Volgend schooljaar krijgt het vo meer geld per leerling. De minister legt uit dat hij dit nodig vindt omdat uit de eerste voortgangsrapportage bleek dat de gemiddelde leervertraging in de onderbouw van het vo groter is dan in het po. Het vo kan volgend jaar rekenen op zo’n € 820 per leerling. Het basisbedrag voor het po wordt € 500. Scholen in het speciaal basisonderwijs krijgen 1,5 keer dat basisbedrag en (v)so-scholen 2 keer. Dit schooljaar ontvingen scholen in het po € 700 per leerling. Eerder werd al bekend dat scholen minimaal € 500 zouden krijgen. Hoewel we hoopten op een meer, blijft het nu bij dit bedrag. Omdat scholen in het vo meer krijgen dan scholen in het po zullen de schoolprogramma’s in het schooljaar 2022-2023 minder ambitieus zijn dan het afgelopen schooljaar. De PO-Raad vraagt aandacht bij het ministerie van OCW voor het feit dat de bedragen die scholen krijgen voor het inlopen van de leervertraging omlaag gaan, maar dat de doelstellingen van het NPO hetzelfde blijven.  
Scholen horen in het voorjaar welk bedrag ze exact krijgen op basis van de telling van 1 oktober 2021. De PO-Raad vindt het voorjaar te laat voor duidelijkheid over de exacte bekostiging voor het tweede NPO-jaar: van scholen wordt nu verwacht hun schoolprogramma bij te stellen. Daarboven is aangekondigd dat de NPO-bekostiging niet wordt geïndexeerd per 2022. Concreet betekent dit dat scholen erop achteruit gaan, al is er nog onduidelijkheid over het bedrag dat scholen krijgen per achterstandsscore. Overigens rept het coalitieakkoord over een eenmalige bezuiniging van €230 miljoen. Wiersma laat nu weten dat dit bedrag op andere wijze wordt gedekt. 

De toekomst 
Het NPO kan soepel overvloeien in de maatregelen uit het coalitieakkoord. De regering wil structureel investeren in goede leraren en schoolleiders, het vergroten van de kansengelijkheid en de kwaliteit van het onderwijs. Daarvoor komt onder meer een Masterplan basisvaardigheden met structurele investeringen. Zowel het NPO als het Masterplan maken gebruik van effectieve interventies en daardoor, stelt de minister, kunnen die soepel in elkaar overlopen. 

Bron: PO-Raad

Verplicht inschrijven in UBO-register

Op 27 maart 2022 moeten organisaties hun UBO’s hebben geregistreerd. UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’. Dat betekent dat zij dan hun eigenaren of personen met zeggenschap in het UBO-register moeten hebben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Het UBO-register volgt uit Europese regels. Het register moet financieel-economische criminaliteit voorkomen, zoals witwassen, fraude, belastingontduiking en terrorismefinanciering.

Voor meer informatie en inschrijven verwijzen u naar de site van de Kamer van Koophandel ‘Kamer van Koophandel UBO’.

Deze inschrijving is verplicht. Niet op tijd inschrijven kan een geldboete tot gevolg hebben.

Volledig loon bij vakantie tijdens ziekte

In december deed het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) een uitspraak die gevolgen kan hebben voor werkgevers en werknemers in geval van ziekte.

Het HvJ sprak uit dat zieke werknemers die vakantie opnemen tijdens die vakantie 100% van hun loon doorbetaald moeten krijgen. Het ging om een werknemer die in zijn tweede ziektejaar 70% doorbetaald kreeg over de uren die hij ziek was en 100% over de uren die hij inmiddels weer aan het werk was. De man nam vakantie op en kreeg tijdens die vakantie ook deels 70% en deels 100% doorbetaald. Het HvJ sprak uit dat dat onjuist is en dat de man over alle vakantieuren 100% van zijn loon moest krijgen. 

Ook in het onderwijs komt dit veelvuldig voor, dat (gedeeltelijk) zieke werknemers vakantie opnemen. Uit eerdere jurisprudentie was al duidelijk dat die medewerkers hun normale loon moeten krijgen tijdens vakantie en met de uitspraak van het HvJ is dit definitief bevestigd.

Wat betekent dit voor zieke medewerkers in het onderwijs? Dat kan per situatie verschillen. Soms neemt een werknemer tijdens ziekte geen vakantie op en krijgt hij in het tweede ziektejaar 70% doorbetaald. Neemt een werknemer echter wél vakantie op, dan moet over die vakantieuren dus 100% van het loon betaald worden. Tegelijk geldt dan ook dat die vakantiedagen in mindering worden gebracht op het vakantiesaldo van de werknemer. 

Soms wordt een zieke medewerker na twee jaar ontslagen. Heeft de medewerker tijdens ziekte geen of minder vakantie opgenomen, dan krijgt hij zijn openstaande vakantiedagen (voor zover niet vervallen) bij einde dienstverband alsnog uitbetaald, tegen het normale salaris zonder korting. 

Voor het onderwijsgevend personeel wordt er vaak vanuit gegaan dat iemand automatisch vakantie opneemt tijdens de schoolvakanties. Dat is tijdens ziekte echter zeker niet automatisch het geval. Formeel moet de werknemer vakantieverlof aanvragen en de werkgever verleent vervolgens het verlof (of niet, als daar zwaarwegende redenen voor zijn). Omdat het aanvragen en verlenen van vakantieverlof in het onderwijs meestal geen staande praktijk is, doen werkgevers er goed aan met hun zieke medewerkers nadrukkelijk af te spreken of de werknemer al dan niet vakantie opneemt in de schoolvakanties. 

Daarbij geldt voor een werknemer die volledig ziek is dat vakantie opnemen soms simpelweg niet gaat, vanwege de ziekte. Het is afhankelijk van de situatie van de werknemer of hij in staat is om vakantie te genieten. Voor een gedeeltelijk zieke medewerker ligt dit anders, hij zal in elk geval vakantie op moeten nemen voor de uren die hij werkt. Maar neemt hij ook vakantie op voor de uren dat hij ziek is, dan krijgt hij voor die uren dus ook 100% van zijn loon. 

Het feit dat een zieke medewerker tijdens vakantie 100% van zijn loon ontvangt, maakt niet dat de medewerker gedurende die periode hersteld is. De ziekteperiode wordt dan ook niet onderbroken. De uitspraak van het HvJ heeft dan ook geen gevolgen voor het doorlopen van de wachttijd van 104 weken voor een WIA-uitkering of de duur van het ontslagverbod bij ziekte. 

Heeft u een zieke medewerker die langer dan een jaar ziek is en die vakantiedagen opneemt? Laat het ons dan meteen weten, dan kunnen wij het juiste salaris aan de betreffende medewerker betalen. Horen wij niets van u? Dan gaan wij ervan uit dat de medewerker geen vakantie opneemt en blijft de loonbetaling van 70% gewoon doorlopen.